zondag 26 mei 2013

Henk Visser - CODA Apeldoorn






Rinke Nijburg
Drancunculis Vulgaris (White Lily), 2006
houtskool, pastel, pen en potlood op papier
115,5 x 155,5 cm
Courtesy Galerie Nouvelles Images, Den Haag



Henk Visser

Bewustzijn en overgave
Scepsis en geloof
Wereld en mysterie 

In de tentoonstelling zijn twee grote tekening te zien die een tegenstelling in het werk van Rinke Nijburg tonen. De eerste tekening is Dracunculis Vulgaris (2006) en de andere Reiter (2012).

Dracunculus Vulgaris 
Dracunculis Vulgaris; ja je weet dat het om een plant moet gaan vanwege de Latijnse uitgangen, maar welke plant en wat maakt die plant zo specifiek dat die in het beeld en de titel opgenomen wordt? Eenmaal voor het beeld staand, blijkt het helemaal niet om een plant te gaan. Je wordt getroffen door het tafereel van een man met een meisje, een weerloos meisje op schoot. En meteen scheurt er iets in je open of je wilt of niet sta je oog in oog met een beeld dat iets van je wil. Wat? Nou wat die man moet met dat kind op schoot! Dan ontdek je het oog van de man en dat oog kijkt je recht aan. Het legt de vraag bij jou neer. Er is geen ontsnappen aan, maar van je bloemen geen spoor. En trouwens: waarom nou Dracunculus Vulgaris? Tjee wat een naam, maar ja, dat is het geval met alle plantennamen in de Latijnse vorm, dus je maakt je los van die blik van die man en tikt het rustig ff in. 

Het is de Drakenlelie, de Voodoolelie, de Slangenlelie. Komt veel voor op de Balkan en stinkt erg als ie bloeit. Links in beeld is het correct weergegeven, maar rechts zie ik toch een gewone lelie? Waarom alleen verwijzen naar de Slangen Lelie als er ook een echte lelie in het spel is? De titel wil zich niet echt oplossen in het beeld. Bovendien staan de bloemen er wat haveloos en schimmig bij, links en rechts van waar het werkelijk om gaat: de vader en het kind, en het oog van de vader dat ons strak aankijkt en waarmee hij ons vraagt of wij hier meer van weten en hoe dat dan zit. Ons! Terwijl hij dat kind toch op schoot heeft? Nou ja zeg!

Maar de vraag is gesteld en wil een antwoord:
Is de man te vertrouwen?
Heeft hij kwaad in het zin?
Is het een les in overgave?
Wil het kind genomen worden?

Deze vragen zijn eigenlijk gesteld in de vraag of er ├╝berhaupt wel iets te vertrouwen is. Ben ik zelf te vertrouwen? Het beeld verwijst naar  het menselijk tekort. Het toont de dubbelzinnigheid van ons denken aan. En wij weten dat. Het is nou eenmaal zo. Het is ‘la condition humaine’. Maar onschuld en schuld krijgen een andere dimensie. We worden niet onderhouden over de these van beide, over de tegenstelling van schuld en onschuld. We worden erover aangekeken. Het oog van de man priemt; hij wijst nog net niet: ‘schuldig of onschuldig?!’

Van schuld weten we genoeg, maar van de onschuld ben ik niet zo zeker. Is de onschuld niet lang geleden vermoord? Maar hoe is dat dan verder gegaan in mijn leven? Na die momenten waarop ik voelde en wist dat de onschuld vermoord was. Heb ik de terugkeer van de onschuld niet vast geknoopt aan het moment waarop mijn oudste dochter geboren werd? En wat kon ik, toen zij geboren werd, anders dan geloven aan haar onschuld? En kon ik door haar daadwerkelijke onschuld niet weer opnieuw geloven aan mijn eigen onschuld? En zo mijn onschuld terug krijgen in dat kind? En heb ik zo niet het bestaan en het ervaren van de onschuld verbonden met haar geboorte, haar leven, met iets dat groter was dan haar, groter dan mijzelf? Noem het het leven of God. Het gaat boven ons uit. We verstommen op dat moment, onze ratio schiet te kort om daar uitspraken over te doen. Het is wat het mysterie blijft heten. Het mysterie van het leven. Scepsis is er genoeg.

Die titel strookt nog steeds niet helemaal met het beeld. Het beeld geeft niet wat de titel doet vermoeden. Het onderwerp wordt slechts ter linkerzijde geflankeerd door de Slangenlelie wat een volkse naam is voor de plant. Rechts zien we een gewone lelie; beide bloemen stammen uit dezelfde familie; de rechter lelie is het beeld van de zuiverheid en embleem van de Onbevlekte Ontvangenis van Maria. De Voodoolelie, de Slangenlelie, de Stinklelie heeft als tegenbeeld de zuivere lelie, de witte lelie, the white lily, wat de oorspronkelijke titel was. Het beeld van de lelies is analoog met dat van het centrale thema. Het is dezelfde keuze als die op ons werd afgevuurd door het priemende oog van de vader die ons ter verantwoording roept en ons dwingend de keuze voorlegt.

Hoewel je het niet zou zeggen als je, al was het maar oppervlakkig, kijkt naar de tekening, het beeld gaat over de werkelijkheid gaat. Toch is het in zekere zin dagelijkse kost die we hier zien. Dagelijks geldt de vraag of iets waar is of niet. of iets is wat het lijkt of niet. De werkelijkheid van het beeld schuilt in wat wij ervan denken. Wat wij er van denken, wil zeggen wij persoonlijk, maar ook wij als samenleving, als beschaving. En binnen die beschaving stelt Nijburg de vraag naar schuld en onschuld, roept hij die these op en stelt de vraag snerpend nog maar een keer. Verketteren we het beeld niet omdat we de onschuld, als bestaand en waarachtig, maar al te snel prijsgeven aan de menselijkheid, die al te menselijk lijkt? Hoe kan het anders in een samenleving die van de ziel niet horen wil of zien en dus het diepe verlangen naar onschuld niet anders kan duiden dan binnen de gegeven werkelijkheid, binnen de wereld en datgene wat het geval is en dat is dat we als mens allemaal in staat zijn tot het slechtst denkbare en de prijs ervoor, de vermoorde onschuld, maar wat graag betalen, zolang we maar overleven? 

Dracunculus Vulgaris stamt als icoon af van een ander icoon. De oorsprong van het beeld ligt in een schilderij van Balthus uit 1934: La lecon de guitare. Het schilderij wordt tot op de huidige dag niet publiek getoond. Pierre Matisse heeft het in de tachtiger jaren aangeboden als schenking aan het Moma New York, die het na rijp beraad niet wilde hebben. Het is nu in particulier bezit en kun je het zien op aanvraag. Maar niemand weet waar je de aanvraag moet indienen. Het is geschilderd als provocatie en de schok klinkt nog na. Het is een blasfemie een ontmythologisering van de pieta. Rinke vertelde mij eens dat hij het beeld weer terug wilde geven aan zijn oorspronkelijke vorm een pieta.

In de pieta speelt het drama van de gevolgen van de overgave van de zoon aan de vader en van het rouwbeklag van de moeder.In het beeld zien we de overgave van het kind aan de vader. 

Reiter 
Eenzelfde overgave aan de vader of een verlangen daarnaar komt terug in de tekening Reiter (2012). Het stelt de Heilige Drie-eenheid voor: God de Vader, God de Zoon en de Heilige Geest. Voorgesteld als Happy Family in een Ikea interieur, met een foto van moeder aan de muur. Aan het beeld ligt een kinder rijmpje ten grondslag wat Nijburg vroeger zong, bij zijn vader op de knie, en speelde: 

Hoppe Hoppe Reiter
Wenn er fallt dann schreit er
Fallt er in den Graben
Fressen ihn die Raben
Fallt er in den Sumpf
Dann macht der Reiter…
Plumps!


Henk Visser
Bredevoort, 23 mei 2013  





Rinke Nijburg
Reiter, 2011
gemengde techniek op papier
150 x 100 cm 
Courtesy Galerie Nouvelles Images, Den Haag



rede uitgesproken voor Vrienden van CODA 
op donderdagavond 23 mei 2013
tgv de tentoonstelling
Rinke Nijburg
SLAAPWANDELAARS & ZIELSVERWANTEN
in CODA Apeldoorn
25 april t/m 23 juni 2013  

CODA Museum
Vosselmanstraat 299
7311 CL Apeldoorn