Lieve Edith,
Gisteren vertrokken we richting Wenen. Trui reed. Ik had gehoopt dat we in München zouden overnachten maar het werd een doodgeboren dorp in de navel in de Beierse onderbuik. Mijn Vriend en zijn chauffeuse sliepen in een kamer op de eerste verdieping van het demente-bejaarden-hotel, zuster Jeanne en ik op de tweede verdieping in twee aangrenzende kamers. Mijn kluis werd volgens afspraak om klokslag 21:00 u door Jeanne op slot gedraaid met mij erin. Voor het raam zaten vijf tralies die wilden voorkomen dat ik in bij nacht en ontij aan de wandel zou gaan. Of zelfmoord wilde plegen. Dat laatste had ik beter wel gedaan, want wat die heuglijke week volgde was weliswaar hilarisch maar ook volmaakt overbodig.
met extra groot kruisbeeld in de verder volledig smakeloos ingerichte ontbijtzaal met een door het morgenrood verlichte

