dinsdag 24 maart 2026

Brieven aan Edith Stein #152 'Hoe lang ik op sterven heb gelegen weet ik niet'

  


The Mercy Seat
2026 
 
mixed media on paper
(colorpencil, softpastels, charcoal, ink, acrylics and additional materials on paper)
ca 190 x 90 cm 

 


 
 
BRIEF 152
aan Edith Stein
'Hoe lang ik op sterven heb gelegen weet ik niet'

Joseph M. Heij 
Wolfheze

Genadige Zuster Teresia Benedicta vom Kreuz, 

Lieve Edith,

Hoe lang ik 'op sterven' heb gelegen weet ik niet, maar een behoorlijke tijd. Laten we zeggen dat ik volledig genezen ben. 

Toen ik buiten bewustzijn raakte was de wereld nog koud, kaal en grijs, inmiddels is het volop lente. Ik liep aan de arm van zuster Jeanne door de tuin achter het huis, zag overal krokussen, narcisjes en zelfs al wat tulpjes. Sommige bomen hebben al jonge blaadjes. Maar het meest vielen met toch de vrolijk makende vogelgeluiden op. Het aardigst was nog wel de opvallende roep van een groene specht die we even later ook zagen opvliegen uit het gifgroene voorjaarsgras.

Het huis meent dat de reis naar Linz me niet bepaald goed is bekomen, dat er een verkeerde inschatting is gemaakt en zo zie ik het ook.  

Zuster vertelde me dat het niet goed gaat met de vader van Mijn Vriend. Ik vroeg wat ze precies bedoelde, zei dat ik het te vaag geformuleerd vond om er notie van te nemen. Of hij soms op sterven lag? Nee, dat was het niet, zo zeg je dat niet. Men had hem gezegd dat hij in de laatste fase van het leven was beland. Ik zei dat zo'n fase behoorlijk lang kan duren. Kijk maar naar de Joseph die aan jouw arm loopt: die staat ook elke keer weer op uit de dood. Hoe men ook hoopt en bidt dat het afgelopen mag zijn. Dat Joseph gauw uit zijn overbodige lijden mag worden verlost.

Zuster had het van de vrouw van Mijn Vriend gehoord. Die had Jeanne gesproken toen ze hier was om naar mij te informeren. Ze had beter kunnen bellen, want als Joseph weer eens op sterven ligt dan mag hij geen bezoek, bloemen of chocola.  

Zuster vertelde dat er veel en hard gebeden wordt voor het zielenheil van de arme vader van Mijn Vriend. De man is bijna honderd en nog is men bang dat hij de eindoverwinning niet behaalt. Ik vroeg hoe dat dan zat, want het was toch zijn hele leven lang een vrome man? Volgens Jeanne wil de familie horen dat hij inziet dat hij niet zonder de vergeving van Jezus Christus kan. 

Maar met Mijn Vriend heeft de goede man gesprekken over het geloof die een andere richting uitwijzen. Zegt zijn vrouw. Mijn Vriend is hier al heel lang niet meer geweest, waar ik uit opmaak dat het met hem ook niet bijster goed gaat. Het zal mij benieuwen hoe hij verder moet Edith, zonder zijn vader, want die is alles voor hem, zoals zijn vroeggestorven moeder dat was.

God heeft geen zoon. Dat is Grieks denken, niet joods. En vergeving van zonden is niet echt nodig, want fouten maken hoort nu eenmaal bij een schepsel met een ingeschapen vrije wil. Een exemplaar van homo sapiens sapiens is geen voorgeprogrammeerde robot die je van alles kwalijk kunt nemen. Bij gebrek aan zelfkennis immers is dat de laserprojectie die volgt. De Schepper gaat het zichzelf echt niet kwalijk nemen. De Schepper is volmaakt zoals de schepping dat is.

Edith, wil jij je eens buigen over de tekening die ik nu aan het maken ben in opdracht van Mijn Vriend? Hij wil, aldus zijn vrouw, dat ik een Gnadenstuhl ontwerp, een Mercy Seat. Alhoewel ik van origine rooms ben en ooit, op de universiteit van Nijmegen, kunstgeschiedenis als bijvak had, moet ik bekennen dat ik even niet goed meer wist wat dat ook alweer was, een Gnadenstuhl

Het is een laatmiddeleeuwse voorstelling, meestal geschilderd, van God De Vader die Zijn Dode Zoon op schoot draagt. Ergens in het beeld vliegt of zit een vogel, een duif - soms moet je echt goed zoeken en vaak lijkt het echt niet op een duif - die het derde lid van De Heilige Drievuldigheid representeert. Ik geef toe dat het een krankzinnig beeld is. Wat zou jij doen? Wat aanraden?

Ik zit er een beetje mee in de maag. De vader gelooft niet in De Zoon, maar wel in De Vader. De zoon, Mijn Vriend, gelooft wel in De Vader en De Zoon en zeer waarschijnlijk ook in De Vliegende Geest. Zo weet ik van vroeger dat hij, vlak voordat hij de kat en de hond het eten voor de neus zette, eerst bad. "In de naam van De Vader en De Zoon en Het Heilige Beest."

Twee vragen Edith. Heeft Mijn Vriend nu gezondigd tegen De Heilige Geest? En: hoe maak ik dat werk af? Ik wens niemand te beledigen. Mijn Vriend wil een ode brengen aan zijn vader die een heel stuk verlichter is dan zijn zoon. God heeft geen kinderen. Of we zijn allemaal kinderen van God. Hoe ik God moet afbeelden weet ik zo ongeveer wel, maar het De Zoon, het enige kind, zit ik behoorlijk in de maag.

Ik hoor het graag. Wacht niet te lang met antwoorden. Ik weet dat je druk bent. En doe je lieve zus Rosa de hartelijke groeten van jouw Joseph.

Liefs, jouw Joseph 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

woensdag 4 februari 2026

Brieven aan Edith Stein #151 'Tag 1 I Sonntag I Jenseits von Wien'

 
Joseph Heij
'Jenseits von Wien' 
  
Polaroid Photo
8,6 x 7,2 cm 
 

 
 
BRIEF 151
aan Edith Stein
 
Besuch der Ausstellung ‘Mädchen sein*!?’
'Tag 1 I Sonntag I Jenseits von Wien’ 

Joseph M. Heij 
Wolfheze

 

Lieve Edith,

Gisteren vertrokken we richting Wenen. Trui reed. Ik had gehoopt dat we in München zouden overnachten maar het werd een doodgeboren dorp in de navel in de Beierse onderbuik. Mijn Vriend en zijn chauffeuse sliepen in een kamer op de eerste verdieping van het demente-bejaarden-hotel, zuster Jeanne en ik op de tweede verdieping in twee aangrenzende kamers. Mijn kluis werd volgens afspraak om klokslag 21:00 u door Jeanne op slot gedraaid met mij erin. Voor het raam zaten vijf tralies die wilden voorkomen dat ik in bij nacht en ontij aan de wandel zou gaan. Of zelfmoord wilde plegen. Dat laatste had ik beter wel gedaan, want wat die heuglijke week volgde was weliswaar hilarisch maar ook volmaakt overbodig.    

 

 

 

 

 

 

 

 

met extra groot kruisbeeld in de verder volledig smakeloos ingerichte ontbijtzaal met een door het morgenrood verlichte    


 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

maandag 26 januari 2026

Brieven aan Edith Stein #150

 

Fantan Fanga
2025 

mixed media on paper
144 x 65 cm 
 

 
 
BRIEF 150
aan Edith Stein
'' 
Joseph M. Heij 
Wolfheze

 

Lieve Edith,




woensdag 22 oktober 2025

Brieven aan Edith Stein #149 'Lekker naar Linz, Oostenrijk #1'


The Blow Softly Series No 5
Jane, Blow Softly
Jane Goodall (1934-2025) 

C-print on aluminium
40 x 20 cm 
 
 
 
 
BRIEF 149
aan Edith Stein
'Lekker naar Linz, Oostenrijk #1'
Joseph M. Heij 
Wolfheze

 

Lieve Edith,

Mijn Vriend heeft een tentoonstelling in Oostenrijk en ik mag mee. Wat vind je daarvan? Ik weet niet of jullie wel eens buiten de afrastering komen? Vertel eens hoe dat bevalt. Want ik heb behoefte aan steun. Als je al zo lang opgesloten zit, kun je bijna niet meer bedenken hoe het is om naar buiten te mogen. Met buiten bedoel ik niet onze tuin waar geen bewoner uit kan, maar de wereld waarin wij woonden maar die sinds mensenheugenis nog alleen in onze fantasie bestaat. Zeg me hoe het voelt om buiten te zijn. Hoe moeilijk is dat? Kijken de mensen op straat naar je? Voel je aan je troebele water dat je daar niet hoort te lopen? Zijn de mensen aanspreekbaar; lopen ze met een grote boog om je heen? 

Jij, Edith, en je kleine zusje Rosa, zullen wel onmiddellijk opvallen. Mager, kaalgeschoren - in ieder geval niet in model geknipt - gestreepte pyjama, blote voeten, ongewassen. Maar bovenal Joods. Wanneer ik buiten kom weet ik niet goed waarom ik zou opvallen. Mager was ik al als teerling, om kleding gaf ik nooit meer dan ik om meisjes gaf. Ik draag sandalen, zomer en winter; geleend van een Franciscaan die hier een poosje zat. Douchen doe ik liever niet, maar soms dwingt men ons. Op geen enkele Jood lijk ik. Geen zorgen daarover Edith. Waar ik me zorgen over maak is mijn huidskleur. Die is wit. Zijn er buiten nog meer witte mensen dan alleen zuster Jeanne? 

Ik mag me aansluiten bij het kleine gezelschap dat over een paar dagen naar de stad Linz in Oostenrijk afreist. Zuster Jeanne gaat mee. Dat was een voorwaarde. Ze zeggen dat het momenteel zo goed met me gaat dat ze de gok wel durven wagen. Wel draag ik een soort enkelband om mijn pols. Noem het een polsband. We gaan met de auto. De vrouw van Mijn Vriend rijdt; hij kan dat niet. Heeft wel een rijbewijs maar rijdt nooit. Kwekt liever en geeft aanwijzingen. Zuster Jeanne en ik zitten achterin. Ergens in Zuid-Duitsland houden we halt. De hele afstand in een keer is teveel gevraagd. 

Ik hoop dat we overnachten in München, de stad van Dolf. Zou leuk zijn. Daarna naar Wenen, ergens in de buurt dan, want de stad is veel te duur. En voor de opening reizen we een paar dagen later naar Linz. We zijn een dikke week in der Anschluss. Voor mij zal men niet zo massaal staan te juichen als voor Dolf, maar dat is niet erg. Die jongen genoot enorm van al die aandacht, maar ik kan mijn aandacht niet bij het publiek houden, dwaal af en vergeet het aantal volgers nog voor ik kan zien hoeveel het er zijn. Volgens Trui, de vrouw van mijn Vriend, zijn het er echt heel weinig. Jammer voor hem, mijn Vriend, geruststellend voor mij. 

Als voorwaarde had ik dat we zoveel mogelijk plekken bezoeken waar de Schickelgrubers gewoond hebben. Het toeval - of de Voorzienigheid - heeft in ieder geval gewild dat Dolf de middelbare school doorliep in Linz. We gaan de 'Linz's Realschule' bezoeken, de kerk bezichtigen waar hij kwam, en hopelijk lukt het om de hele route af te leggen die Dolf liep van huis naar school, van Leonding waar hij op de basisschool zat naar Linz en weer terug. Zuster Jeanne vond een website met allemaal leuke routes die je kunt lopen: Hitler's Linz Walking Tour (Self Guided), Linz. Ik wil ook echt heen en weer lopen, op de juiste wijze. Om zoveel mogelijk de sfeer te proeven van de lokale cultuur. Wel hoop ik dat er vooral in Leonding nog witte mensen wonen.

Edith, tot gauw. Zaterdag gaan we rijden.

Liefs Jouw Joseph

 

NB Ik weet niet of het er nog van komt om Dolf een brief te sturen; ik denk dat het teveel wordt.

      

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

zaterdag 4 oktober 2025

Brieven aan Edith Stein #148 'Charlie Kirk Blow Softly'

 

Charlie Blow Softly

C-print on aluminium
40 x 20 cm 
 
 
 
 
BRIEF 148
aan Edith Stein
'Charlie Kirk Blow Softly'
Joseph M. Heij 
Wolfheze

 

Lieve Edith,

Vreemd weer momenteel. Vanochtend stormde het en zag ik een fietsende zuster Jeanne in haar oranje regenpak, met de wielen in het grind, worstelen met regen en wind. Als ik nu mijn hoofd optil, dan zie ik dat de wind bij vlagen is gaan liggen, de zon een eeuwig pad door de lucht wandelt, op weg naar steeds hetzelfde einde van elke keer hetzelfde liedje, en dat de regen voor zichzelf op de vlucht is geslagen. Vanmiddag moet, zeggen ze, de wind weer aantrekken, zouden de wolken de lucht opnieuw moeten bedekken en trekt de regen alles uit de kast om het zuster Jeanne op de terugweg minstens zo lastig te maken als op de heenweg.

Eigenlijk Edith hou ik helemaal niet van deze poëtische manier van schrijven. Zoals ik mensen niet begrijp die foto's maken van het eten op hun restaurantbord - ze wisten toch wat ze zojuist zelf besteld hadden? - zo snap ik net zo weinig van mensen die in een dagboek of een brief het weer van dat moment beschrijven. Je wist toch wat voor weer het zou worden? Dat was voorspeld en je had het gelezen. Waarom het dan alsnog beschrijven ten behoeve van het nageslacht of de lezer van de brief? Iedereen kan naar buiten kijken en zien wat voor weer het is of er doorheen ploegen zoals zuster Jeanne. Natuurbeschrijvingen en weerberichten in romans sla ik altijd over.     

Met oorlogen gaat het net zoals met het weer. Het weer is goed, niet mistig eerder zonnig, weinig wolken, bijna geen, bij het krieken van de dag aanvallen is het beste moment van de dag, dat weet iedereen. Aanvallen het liefst op een nationale feestdag, een religieuze. Jom Kipoer. Eerste Kerstdag. Ik mag geen tv kijken, dat is al heel lang zo. Maar ik meen me te herinneren dat het weer in de vroege ochtend van 7 oktober 2023 veel goeds voorspelde. Dat ik ook beelden heb gezien van die paragliders met een strijder eronder. Ze hoefden geen oranje regenpak aan, dat zou teveel opvallen. Bovendien staat het niet bepaald stoer. Ze gleden vredig door de lucht, de landing was lekker zacht, de lange wandeling door het beloofde land daarentegen uiterst kwaadaardig. Zoals rustig weer onverwachts kan omslaan in het tegendeel, zo kan de lieve vrede omslaan in haar tegendeel. 

Vanochtend kwam mijn Palestijnse buurman binnenstormen met de mededeling dat er een wapenstilstand aan zit te komen. Je zou kunnen denken aan de omslag van het weer in Jemen, Syrië, Sudan of Oekraïne, maar het enige dat mijn buurman bezighoudt is Gaza. Ook daar schijnt de zon, stopt de bommenregen en blijven de straaljagers een dagje op bed liggen. Ik geloof dat het Donald Trump is die het weer eens voor elkaar fietst; de man verdient de Nobelprijs voor Oorlog en Vrede. Joseph Biden, de vorige president, tevens naamgenoot, had ik het beslist ook gegund. Of zo'n prijs nou naar een terminale seniel gaat of naar een grandioze narcist, wat maakt het uit als er maar vrede komt.

Ondertussen Edith, gaan de aanvallen op jullie joden wereldwijd gewoon door. De Joden uit Israël immers zorgen op een paar dagen na voor een onverplaatsbaar diepe depressie in Palestina. En aangezien je die maar moeilijk kunt bewegen tot vrede, bewegen we de joden wereldwijd zacht maar dringend tot totale vrede. 

Edith, je had beslist nu willen leven. Het lijkt best veel op het interbellum, zij het dat die tussen 1 en 2 in zat en het hier en nu - geleerd van Eckhart Tolle - bevindt zich in het schemergebied, ergens tussen 2 en 3 in. En precies zoals er in jouw gloriejaren krankzinnig veel politieke moorden plaatsvonden - van recht op links, van links op rechts, commies tegen nazies, antifa en intifada tegen patriots en maga - zo regent het in dit huidige interbellum ook politieke moorden. Vooralsnog zijn dat vooral liquidaties op alles wat antifa als uiterst rechts bestempelt - en dat is zowat alles wat op het kleurenspectrum beweegt behalve donkerrood - maar we hoeven de weersvoorspellingen niet per se af te wachten om te weten dat het nu waarin wij momenteel leven nog maar het begin is van een aanzwellende depressie die het nu langdurig zal bezwangeren. Met zwarte oorlogswolken, gure hongerwinters, slagregens, hagelstormen en nog een heleboel andere vrij voorspelbare verrassingen.  

Raar toch, Edith, dat elke oorlog uiterst voorspelbaar is en dat we er toch door verrast worden. Zoals de moord op Charlie Kirk ons door de voorzienigheid - het wordt tijd dat ik Dolf weer schrijf - op een briefje werd gegeven en we, al was het maar voor de vorm, allemaal verbaasd en blij verrast keken. Als het midden van het spectrum steeds verder naar links verschuift houdt een mens op het laatst maar 1 kleur over. Scharlaken-rood, ossenbloed-rood, kreeft-rood; bij het vallen van de nacht wordt het caput mortuum. Voor Charlie maakte ik op verzoek van mijn vriend een nieuw werk, zelf had ik meer trek in Jane Goodall die drie dagen geleden, op 1 oktober, overleed. Gelukkig in haar slaap en in het interbellum. En de nacht was koud noch warm, de wind hield zich de hele nacht rustig en op regen kon je heel lang wachten.

Vertel hoe het nu met jou is.

Liefs Joseph 

   

 

 

 

 

 

 

 

 

 

dinsdag 23 september 2025

Brieven aan Edith Stein #147 'Zwarte weduwe spint Gaza-loos fijne draden'

 


Transport 'The Cuckoo's Chick'
23 september 2025

Being a Girl*!?
Lentos Kunstmuseum Linz (O)
TENTOONSTELLING
 
 
 
 
BRIEF 147
aan Edith Stein
'Zwarte weduwe spint Gaza-loos fijne draden'  
Joseph M. Heij 
Wolfheze

 

Lieve Edith,

Het is me toch wat daar in Gaza. Een oorlog die volkerenmoord werd. Bijna niemand heeft nog een vader, alle mannen zijn dood. 

'De Joden plegen genocide op de Palestijnen.' 

Berlijn, Dresden, Warschau, Stalingrad; Gaza stad begint erop te lijken. Het Israëlische leger verovert elke dag een paar huizen, straat na straat. Te bang om zelf te sterven gooien de joden alles plat. 

Palestijnse verzetsstrijders zijn er niet meer; de mannen zijn dood. De bevolking kan niet vluchten, omdat erg geen ruimte meer is op het prachtige strand, omdat het IDF alle straten onveilig maakt. Alle vrouwen en kinderen lijden honger, de sterfte is massaal, de Israëlische voedselboycot is totaal. Er blijft geen Gazaan overeind staan. Het kan niet op. De Joden moeten nu stoppen met het plegen van genocide.

'Waarom plegen de Joden eigenlijk genocide?'

Godsjezuschristus Edith. Vergeef me dat ik aan je twijfel; aan jou en aan alle Joden. Makkelijk wordt het ons niet gemaakt nog in jullie te geloven. Op de wereld is bijna geen land of nieuwszender meer te vinden met ook nog maar een greintje geloof in de goede zaak. Echt iedereen had het goed met jullie voor. Zeker na tweeduizend jaar vervolging, waaraan sommige van onze voorouders nog niet zo heel lang geleden zeer bevlogen en uiterst goed gemutst aan mee deden. Wisten zij veel dat jullie niet de schuld hadden aan alles wat verkeerd ging maar alleen aan sommige dingen.  

Je moet je voor de geest halen, lieve Edith, dat mensen vroeger niet konden lezen of schrijven, geen krant konden betalen. En op het platteland had je geen bereik. Wat weet je dan? Natuurlijk vinden we het massaal sneu voor jullie dat je collectief gestraft wordt voor dingen die je soms helemaal niet gedaan had, maar een Joodse buurman wel. Hoe moest je vroeger, zeg in het interbellum, weten dat veel joden communist werden en anderen kapitalist, iets dat aantoont dat jullie wel erg veel in de melk te brokkelen hebben, ook buiten het Beloofde Land, ik bedoel de hele wereld? We wisten dat gewoon niet.

'Nu weten we alles wel en zien alles voor ons eigen geestesoog gebeuren.' 

Israël vergeldt een totaal wanhopige klap in het gezicht - je snapt dat ik zaterdag 7 oktober 2023 bedoel en niet de nacht van woensdag 9 op donderdag 10 november 1938? Het lijkt op jullie opstand in het getto van Warschau, in Sobibor. Jullie zouden dat toch als geen ander moet snappen? Maar je lijkt volledig blind en gevoelloos voor wat daar gebeurt. Je kijkt tv, maar daar komt te niet. Je luistert radio, maar daar hoor je Mahler. Op het web spon de zwarte weduwe Gaza-loos fijne draden. Niets aan de hand. Niks loos.   

Zo, Edith, kijkt de wereld naar jullie Joden. En de diagnose? Jullie eindeloze behoefte aan zelfmedelijden heeft jullie in drie generaties tijd volledig, maar dan ook totaal volledig, gevoelloos gemaakt voor het lijden van alle andere volkeren op aarde. De behoefte om wraak te nemen op een ander weerloos volk is na Auschwitz jaar na jaar gevoed als een onstilbare honger van een prooidier dat eens in het leven zich zelf ook wel eens roofdier wil voelen. Dat is nu aan de hand en dat is ziek, doodziek.

Of het wel helemaal waar is, wat ik net zei, Edith, dat verhaaltje, weet ik niet. Het is wat men zoal denkt: in het oosten en in het westen, in nood en zuid. Sterker nog dan dat het hierboven met verve geschetste narratief wellicht 'niet helemaal waar' is Edith, vermoed ik dat het 'helemaal niet waar' is. Of slechts een klein beetje. 

Ik vergeet helemaal te zeggen dat 'The Coockoo's Chick' vanochtend op transport is gegaan. Niet naar Birkenau. Dat zou leuk zijn geweest. Dan kon jij het zien. Ik was benieuwd naar jou mening. Het is naar Linz, waar Dolf op school zat. Ook leuk.

Tot gauw maar weer!

Liefs Joseph  


 

 

 

 

 

zondag 14 september 2025

Brieven aan Edith Stein #146 'Roodkapje en Iryna Zarutska'

 


Iryna Blow Softly
 
C-print on aluminium
40 x 20 cm 
 
 
 
 
 
BRIEF 146
aan Edith Stein
'Roodkapje en Iryna Zarutska'  
Joseph M. Heij 
Wolfheze

 

Lieve Edith,

Je weet best dat ik een misselijkmakende afkeer heb van politiek. Waarom wil je dan zo drammerig graag dat ik me bezig houd met de actualiteit?  

Het is vervelend genoeg dat ik mijn best moet doen om jou vrij te krijgen - en Rosa, die eeuwige Rosa, altijd aan jouw zijde. - Gun me liever een beetje rust, wil je? Ik zit hier niet voor niets, Edith. Ik zocht de rust en die vond ik in dit huis op dezelfde manier als jij jouw rust vond in jouw god. 

Zoals het niet bepaald helder is waar dit huis, deze kerker waar ik nooit meer uit weg kom, precies voor staat, is het mij ook volledig onduidelijk wat jouw god, de god die in jou woont, jou te bieden heeft. Maar beiden zoeken we troost in dat wat ons, dankzij onze eigen geest en met veel hulp van anderen, ons is overkomen. Jij in Birkenau, ik in Wolfheze.

Je moedigt me aan de wereld niet te mijden maar op te zoeken. Ik begrijp jou niet. Aan de ene kant moedig je jezelf, Rosa, mij en talloze anderen de bewoonde wereld te verlaten ten faveure van de woestijn, waar niets is, niets leeft, niet groeit, bloeit en dus ook nooit sterft - het is werkelijk een heerlijke plek - maar anderzijds wil je dat ik, nog niet eens geacclimatiseerd, niet ook maar een beetje vertrouwd geraakt met dit mens vijandige milieu, meteen weer terugkeer om mijn hete schreden en de bewoonde wereld intrek omdat immers daar de medemens woont die zalig is omdat ie arm van geest is of gewoonweg arm van stof. 

- Je zult het weten Edith Stein, je zult het weten. -

Uit jouw aanmaningen om enerzijds de wereld te mijden en anderzijds te actualiteit op de voet te volgen, neem ik gevoeglijk aan dat je zelf de gestage en meest recente vorderingen van het menselijk geslacht volgt? Het zal je sieren dat je dat er in Birkenau nog bij kunt hebben.

Mijn Palestijnse buurman zat gisteravond CNN te kijken. Ik vroeg hem of ik binnen mocht komen. Hij zei: Als je de genocide van de Joden op de Palestijnen erkent. Ik zei dat ik zoiets niet van plan was, maar dat ik wel chips had en twee blikjes koele cola. 

Eenmaal voor de tv zag ik beelden van een kind in een metro. Een uiterst fragiel schepsel, maar wel met heel mooie kleertjes aan, een dure mobiele telefoon in de handen n oortjes in haar oren. Ik zeg meisje, maar het ontging me volledig dat het een meisje was en ook dat ze wit was, ik bedoel een witte huidskleur had. Ik zag een onnozel kind.   

Mijn Palestijnse buurman, die alle beelden op tv ook kan terugspoelen zodat je ze nog eens kunt zien, zei: 'Moet je kijken wat er zo gaat gebeuren.' Ik wist het niet. Ik kon geen prijs winnen. Hij: 'Let op de meneer die achter haar zit.' 'Okeeej, doe ik,' antwoordde ik, maar eigenlijk vond ik het saai. Je snapt dat ik dacht dat het over Gaza ging, maar dat was niet zo.

Edith, wat er toen gebeurde zag ik niet aankomen. Ik heb zuster Jeanne, die na een bevalling vandaag gelukkig en voor het eerst weer aanwezig is, gevraagd om twee extra slaappillen. Ze zei: 'Maar Joseph, het ging toch heel goed met jou de laatste tijd?' Ik zei dat dat waar was, maar dat ik net iets teveel cafeïne had binnen gekregen. Beetje stom, maar ja. Ik kreeg een extra pil. Eentje.

De meneer met een rode hoody aan en met de capuchon op als was ie roodkapje zat al op zijn metrostoeltje toen het kind instapte en precies voor hem ging zitten. Ik zei nog tegen buurman: 'Waarom is dit op tv?' toen de rode meneer wat zat te foemelen in zijn rode hoody, opstond als een donderwolk en met zijn rechterarm uithaalde naar het schuldige witte nekje van het kind.   

Jezus, Edith, ik had het liever niet gezien. Voor ik het wist vond buurman op het web het hele filmpje en kreeg ik mee dat roodkapje de wolf in pakweg twee seconden drie keer in de nek stak, de wolf roodkapje aankeek, volledig onschuldig, onwetend en werkelijk doodsbang aankeek, ineenkromp, op de vloer gleed als een lappenpop en leeg bloedde. Het dieprode bloed stroomde zoals altijd naar het laagste punt en dat was de deur van de trein. 

Ik neem aan dat jullie in Birkenau ook wel eens iets zien dat het daglicht niet kan verdragen maar dit? Jezus Christus, Edith. What the Fuck. Het kind stapte in de metro, ging keurig zitten, keek niet op of om, zei niks tegen de meneer, zat op de telefoon te kijken, oortjes in, zoals alle kinderen, en kreeg een mes in de nek. De meneer, roodkapje, liep weg, hij lekte haar bloed op de metrovloer, niemand deed iets, iedereen keek rond alsof het onder de grond heel mooi weer was, de zon scheen, het weekend was of vakantie en roodkapje mompelde twee keer: 'I got the white girl.'

Ik weet niet Edith, maar er gebeuren vandaag de dag dingen die jullie gelukkig nooit hebben hoeven meemaken. Voor dat meisje maak ik een nieuw werk; ik hoop dat Mijn Vriend het in de collectie opneemt. 

Wat ik zag Edith, was ziek, heel erg ziek. Ik wens hier te blijven, in deze kerker, om de wereld niet te hoeven zien.

Liefs Jouw Joseph