zaterdag 17 september 2022

Brieven aan Edith Stein #43

 


 

BRIEF 43 aan Edith Stein 
'Ice Cold Tombstone'   
Joseph M. Heij
Wolfheze bij Arnhem

 

Lieve Edith,

[...] Jemig, ik wilde je schrijven maar kan even helemaal niks bedenken. Raar hè? Heb even geduld met me. Misschien verzin ik nog iets en anders moest je maar veel voor me bidden, zoals ik voor jou zou willen bidden als ik dat kon.

Liefs Joseph

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

dinsdag 13 september 2022

Brieven aan Edith Stein #42

 

 
A.K. (1914-2010)
Cold Stone China Syndrom   
1989 (?)
 
gemengde techniek op hout
ca. 10 x 70 cm

 

 

BRIEF 42 aan Edith Stein 
'Cold Stone China Syndrom'   
Joseph M. Heij
Wolfheze bij Arnhem

 

Lieve IJskoningin,

Mensen vragen waarom ik jou 'IJskoningin' noem. Nou, dat is omdat ik had verwacht dat jij wat meer mededogen met mij aan de dag zou leggen, je me vaker terug zou schrijven, meer tips zou hebben ook, hoe je, hangend aan de vleeshaak, de koelcel van de ambachtelijke slager overleeft die Stuecke fileert. De ademhalingsoefeningen van Wim Hof doe ik dagelijks, maar die helpen me niet; ik blijf het maar steenkoud hebben en hallucineer soms hevig. 

Het was echt heet, de dag dat ik Mijn Wassen Jezusje incarneerde. Iedereen van de club zat te klagen en te puffen, maar ik werkte die middag hard door. Omdat het tandenstokertje van Annemarie niet bepaald steriel was en niet meer helemaal puntig, veilde ik het bij aan de de vette rode baksteen in de multifunctionele ruimte. De steenrode steen moet zorgen dat de ficus niet om tuimelt. Toen het houtje scherp genoeg was, knielde ik voor het corpus op de grond

Omdat ik weer eens te laat binnenkwam, waren alle tafels al bezet en niemand maakte ook maar een begin van aanstalten om een beetje voor mijn lijf op te schuiven. Ik denk dat de meesten mij eng vinden, maar dat is geheel wederzijds, De liefde werd beantwoord op dezelfde manier waarop een echoput een noodoproep beantwoordt. Kan mij het schelen dat ik al jaren last heb van mijn rechterknie waar nooit iets aan gedaan wordt omdat dat te duur is. 

Het eerste gaatje prikte ik in de linkervoet, zoals ik heb geleerd voor de 'Bodyscan' die ook bij de linker voetzool begint. Ik wist dat dit gaatje dieper moest worden dan de meeste gaatjes die ik die middag en de volgende middagen ging maken. Ik prikte dan ook diep in de linker voetzool en keek of het kereltje iets voelde, maar hij gaf geen krimp. Er viel een last van me af, maar er bleef nog wel een last over: het aantal gaatjes dat ik ging prikken, omdat dat er echt veel zijn en die allemaal een stuk minder diep moeten dan de vijf beroemdste gaatjes in het lijfje van het menneke. 

Allereerst maakte ik een suikerkransje rondom het diepe gaatje. Ik moest denken aan de ronde chocolaatjes die wij vroeger altijd met Kerst en Pasen kregen. De kransjes smaakten niet echt naar chocolade, het was eerder een soort cacao-fantasie en de  gesuikerde pikkeltjes waren ook eerder wit en niet zo donker als de gaatjes die ik nu prikte. Met de prikker tussen duim en wijsvinger van mijn rechterhand prikte ik dus zeer geconcentreerd gaatjes die allemaal minder diep waren dan het eerste, vrij beroemde gaatje. Ik telde een klein beetje hoorbaar.

Je weet toch Edith, dat ik meer dan vijfduizend gaatjes moest prikken? Waarvan er maar 3 net zo diep moesten worden als de eerste en slechts eentje een stuk dieper? Ik moest er toch bijna vijf-en-een-half-duizend? Om precies te zijn  5475? Ik weet niet meer waarom het er precies zoveel moesten zijn, ik denk wel dat jij dat weet. Wat ik wel weet is dat het de Heilige Birgitta van Zweden was die dat aantal te prikken gaatjes in een voornaam visioen vernam. 

Had jouw Trees van Avila ook dat soort opwekkende visioenen of ligt dat anders? Misschien kun je me er een keer iets over vertellen. Dat hoeft niet per se in de allereerste brief die je van plan was te schrijven, denk er gerust over na, het kan ook in de brief daarna of de volgende. Ik zit nog wel even met mijn gat op de koude rode steen die fier overeind staat als een menhir. Maar maak een beetje vaart, want ik voel dat rode steen en betonnen vloer wegsmelten als het warme kloppende hart van de centrale in Tsjernobyl.  

Een smeltende marshmallow kus voor jouw bevroren rechterwang. Andersom is ook goed: een ijskoude smack op jouw oververhitte rode linker koon.

Jouw Joseph










maandag 12 september 2022

Brieven aan Edith Stein #41

 

A.K. (1914-2010)
The Second Coming of the Younger Dryas
2000
 
gemengde techniek op hout
ca. 25 x 25 cm

 

 

BRIEF 41 aan Edith Stein 
'De fucking eendenfuik'
Joseph M. Heij
Wolfheze bij Arnhem

 

Lieve IJskoningin,

Soms is het buiten koud, soms binnenin je hart. Ik heb het nu zowel fysiek alsook mentaal koud. Hier in huis doen ze de verwarming nu, begin september, al omlaag naar 16 graden omdat het gas zo duur aan het worden is en ook almaar duurder wordt. Maar ik ben de afgelopen jaren door omstandigheden best dun geworden en zie er naakt voor de spiegel beslist deplorabel uit. Je weet vast wel wat ik bedoel.

De Russen zetten aardig druk op de ketel en dat snap ik: ze willen een beetje meer Lebensraum en die vinden ze bij het etnische broedervolk in Oekraïne. Jammer dat daar de nazi's aan de macht zijn. Ik denk even mee met Vladimir Poetin. Naar het noorden uitbreiden heeft weinig zin, daar ligt de Noordelijke IJszee. Alhoewel de noordpool met de dag begeerlijker wordt vanwege het rap toenemende aantal ijsvrije dagen in het jaar, geen mens kan daar permanent wonen. Nu de permafrost smelt kun je ook zowat niks meer bouwen in Siberie, alles zakt weg in de drap. 

In het zuiden zitten de Chinezen die ook al heel lang wachten op uitbreiding van het eigen grondgebied. Gelukkig hebben ze sinds kort Hong Kong weer terug van de Engelse koningin die na honderd jaar eindelijk dood is gegaan. De afvallige, spelbrekende provincie Taiwan ligt in het verschiet, de oorlogsschepen liggen al in de Taiwanese wateren en schieten vooralsnog over het eiland heen. Onduidelijk is of China het eiland niet kan raken, omdat het te klein is om te raken of dat ze de kanonnen niet goed kunnen afstellen. Kwestie van tijd.  

In het oosten ligt de zee en daarachter Japan. De Japanners zijn een soort etnisch broedervolk maar echt boteren doet het al jaren niet tussen die twee. Zeg liever eeuwen. Wij kunnen die lui niet eens goed uit elkaar houden, maar zij wel. Misschien ook omdat ze andere soldatenpakjes dragen om verwarring te voorkomen? Zoals in de eerste helft van De Grote Oorlog, toen had je ook een ander pak dan de vijand aan en een heel ander model helm op. Want anders leken Duisters en Fransen en Belgen veel teveel op elkaar. Ik bedoel etnisch. De Duitsers hadden eerst nog zo'n typische punthelm uit het openluchtmuseum. Dat was omdat die punt zwaarden kon afweren. Nou ja. Even later, in 1915, hadden ze, de moffen, hun beroemde Stahlschutzhelm, die met die mooie rand om oren en nek: Stahlhelm Model M16. Omdat er eerder granaatscherven om de oren vlogen dan zwaarden. Japan veroveren wordt lastig vanwege al die kuteilanden, dat weten ook de Amerikanen en Australiërs en anderen die meevochten aan de  ene goede kant. Dan wordt je zowat gedwongen om grote bommen naar beneden te gooien.

Het Zuidwesten is ook al  heel nag een wespennest, zeg maar alle 'stanen': Uzbekistan enzovoorts. Ik heb weinig zin om die allemaal op te noemen, ben er ook nooit geweest. Neem je Georgië en Armenië in, dan heb je nog niet zo heel veel extra ruimte. En daaronder begint het gedonder met Iran en Irak en Turkije. Ik zou het niet doen, 'het is een afrader' zegt een vriend van Mijn Vriend vaak. Polen is een optie, best een mooi stuk grond, maar ook sommige rijke Russische oligarchen hebben heel af en toe last van opwellende empathische gevoelens en dan komt Polen in aanmerking voor een vrijstelling. Geen enkele Pool weet nog waar de grenzen van Polen precies liggen, want dat land is vanwege de oerdriften van keizers en tsaren en andere Trump-achtige veroveraars al zo vaak verhuisd, van de kaart geveegd, schoongeveegd dat er zowat geen beginnen meer aan is. De Russen gunnen de Polen, alweer een broedervolk, een beetje stilte voor de storm.

Zelf zou ik Scandinavië nooit en te nimmer binnenvallen omdat het te bergachtig is en bevolking sociaaldemocratisch. Iedereen weet dat de socialisten de ergste vijanden zijn van zowat iedereen en zeker van de communisten. Als ik China was en Rusland was net overlopen door je hondstrouwe troepen, dan zou ik Finland en Zweden links laten liggen. Noorwegen is een optie. Al met al begrijp ik wel dat de rekenkundige logica de Oekraïners voorschrijft als het meest uitverkoren volk op aarde om te worden bevrijd door Vladimir Putin. 

Morgen vertel ik je hoe het afliep met de kleiclub in tijden van de dubbele hittegolf, toen ik met een oude gebruikte tandenstoker van Annemarie, 5475 gaatjes wilde prikken in de volwassen Jezus Christus. Over het föhnen wilde ik ook nog iets vertellen. Edith, help me herinneren; een oververhit brein kan niet logisch reflecteren op de werkelijkheid, een onderkoelde hersenpan evenmin. Misschien dat jij licht kunt werpen op de zaak. Bijvoorbeeld: wat gebeurt er met ons menselijk vermogen tot empathie wanneer de transmittende neuronen het brein transmittend neurotisch maken? Is een mens dan nog toerekeningsvatbaar? Is het dan nog wel eerlijk dat ik hier zit en de Nederlandse regering over mij beschikt als zwom ik totaal vrijwillig in de fucking eendenfuik? 

Liefs Joseph

 

NB Sorry, Edith, ik vergeet Alaska, dat vroeger wel eens wilde grenzen aan Siberië. Nu ligt er een straat tussen, nu scheelt het 24 uur, maar in het verleden kon je gewoon oversteken, bijvoorbeeld in The Younger Dryas. - In de tijd dat onze voorouders zogenaamd de mammoeten uitroeiden wat nergens op slaat. - Maar de Russen verkochten Alaska aan de Amerikanen en op zo'n verkoop moet je als eerbare nazi nooit terugkomen, dat leidt tot aanzienlijk gezichtverlies in de hele wereld behalve in China.


 

 

 

 

 

 

 

 

zondag 11 september 2022

Brieven aan Edith Stein #40



 
 
A.K. (1914-2010)
The Second Coming of the Younger Dryas
2000
 
gemengde techniek op hout
ca. 25 x 25 cm
particuliere collectie

   


BRIEF 40 aan Edith Stein 
'Een spons waar een beetje vocht in zit'
Joseph M. Heij
Wolfheze bij Arnhem
 

Liefste Theresia, IJskoningin van het Koudst Gewassen Corpus,

Er zijn er die zich kapot ergeren aan mij, dat ik spreek met een dode, dat ik brieven schrijf aan een jong gestorvene. Dat jij mij niet terug kunt schrijven, dat jij je niet kunt uitspreken, verdedigen. Dat ik verzuim jou te presenteren aan het denkbeeldige publiek. Alsof ik geen mededogen had met jou, je levenswandel, je veel te vroege dood, je einde dat zo treurig was dat alleen jouw eigen pen dat had kunnen beschrijven. Het is te snel geoordeeld, te gemakkelijk.

Edith, vergeet nooit dat ook ik niet in orde ben, dat ook ik heb geleden. Dat jij, zeer waarschijnlijk, meer hebt geleden dan ik, maar dat je het lijden niet kunt meten en dus is het theoretisch voorstelbaar dat ik meer voor de kiezen heb gekregen dan jij tijdens je hele leven. Vergeet niet dat ik nu ouder ben dan jij. Vergeet ook niet dat jij Jezus had en ik niet. Denk eraan dat velen zich jou nog herinneren, je boeken lezen, dat men jou en je gedachtengoed in ere houd tot in lengte van dagen. Bedenk dat de mensen zich mij nu al niet herinneren en ik ben nog niet eens zo dood. Je bent een winnaar, zoals Nietzsche dat graag zag.

Dat laatste had ik beter niet kunnen zeggen trouwens. Je weet hoe het de Franse wiskundige Blaise Pascal verging, je weet dat hij in ongenade viel bij de Pruisische snor uit Saksen-Anhalt. Blaise had een Übermensch kunnen worden, maar koos ervoor uit te groeien tot een Untermensch. Ik bedoel te krimpen tot een minderwaardige dwerg, een lelijke hobbit. En jij zou ook geen genade hebben kunnen vinden in de ogen van de moker van Kruppstahl. Dat je Joods-Orthodox was, alla, daar kon je niks aan doen, dat je je op je dertiende reeds bekeerde tot het ongeloof, alleluja, dat was rijkelijk laat, maar dat je met al jouw intelligentie het meest gehate geloof op aarde omhelsde, maakt alles wat je zegt of schrijft volmaakt ongeloofwaardig, gedegenereerd. Nietzsche kon beter mijn brieven aan jou lezen dan jouw brieven aan mij.

Je weet dat jouw volk, ik bedoel jouw landgenoten, die bezeten waren van rassenkenmerken, zich baseerden op de wetenschap? Op de actuele stand van de wetenschap. Dat het pseudowetenschap was, hoe mist een ongeletterde dat weten? Wat je las in de krant, dat las je in de krant en vermenigvuldigde zich in jouw arme ongeletterde hoofd. Wat is wetenschap en wat is pseudo-wetenschap? Hoe kun je die twee, Edith, onderscheiden zonder scholing? Wie kun je vertrouwen als de bodem onder je volledig afgesleten zolen wijkt? Wiens bloed kun je drinken wanneer alle bloed uit je aderen wordt gezogen door links of rechts, door sociaaldemocraten of communisten, door het grootkapitaal, door miezerige maar corrupte ambtenaren,door kruideniers, door een democratisch gekozen maar zeer indolente regering, door pedofiele priesters en overspelige dominees? Als je dorst hebt, dan drink je zowat van elke spons waar een beetje vocht in zit. 

En onze veelgeprezen onafhankelijke  en zeer objectieve media? Die vergapen zich liever aan bloed-zuigende Übermenschen dan aan bloed-donerende Untermenschen. Liever aan degene die de halve wereld nemen, dan aan degenen die zichzelf weggeven. - Het is tegenwoordig weinig anders dan toen. - Hoe kon Nietzsche eigenlijk zo dom zijn, zo blind? Ik vind het maar een lamme man. Wel fijn dat ie een bloedeigen zuster had die zich de laatste tien jaar van zijn zieltogende leven over de ze uitverkoren Übermensch, aanverwant vlees, verwant bloed, bekende bodem, ontfermde. Hoe groot, Edith, is eigenlijk het verschil in Mitleid dat jij hebt voor Jezus Christus en Friedrich Wilhelm Nietzsche? Of heb je met de Untermensch Jezus geen medelijden, omdat 'het' nu eenmaal toch een keer moest gebeuren, en wel een heleboel erbarmen met de Übermensch Friedrich omdat zijn lijden zo volstrekt nodeloos was? Voor wie bid jij elke nacht? Bid ook voor mij, want met mij gaat het de laatste tijd helemaal niet zo goed.

Nog even dit, Edith. Ik hoor steeds, van de vrouw van Mijn Vriend, dat mijn brieven aan jou wel gepubliceerd worden op het web, maar dat jouw antwoorden aan mij, jouw brieven, nooit worden gepost. Een beetje zoals we wel de brieven van Vincent aan Theo lezen, maar zelden die van de kwakkelende Theo aan zijn gestoorde broer. Maar wees gerust: ik zou jouw brieven aan mij nooit verscheuren en verbranden in de allesbrander. Bewaar je alsjeblieft al mijn brieven aan jou zorgvuldig, zelfs op het einde?

Ook zeggen de weinige uitverkorenen die mijn brieven aan jou nog wel af en toe lezen dat ik wel eens wat meer mag vertellen over jou: hoe zwaar jouw leven was vooral, vanaf '33. Ze vinden dat ik teveel klaag over mijn lot en de focus eerder zou moeten leggen op het lijden van jou en andere andere, minder bedeelde zielen. Dan zouden mijn narcistsiche neigingen als het ware vanzelf verdwijnen, als stokoude glestjers voor de recente opwarming. Maar, denk ik mee met de twee snorren, de Barokke Pruisische Snor en de Frigiede Tandenbostel Snor, medelijden met de ander is 'volstrekt ongezond'. Jij zou je eigenlijk moeten optrekken aan mijn opgwekte gemoed, Edith, want voor zelfmedelijden koop je niets noch voor mijn mededogen met jou.

Liefs jouw Jozef, vernoemd naar de 'Heilige met de Hamer' die tevens echtgenoot was van de 'Moeder van God'.

                                       

 

 

                                                                                                                          

 

 

 

 

vrijdag 9 september 2022

Brieven aan Edith Stein #39

 


 

BRIEF 39 aan Edith Stein 
'Wanneer een tweesnijdend zwaard door kwal-achtig zachte zielen klieft'
Joseph M. Heij
Wolfheze bij Arnhem
 

Lieve Theresia van het Allerheiligste Kruishout,

Het is alweer even geleden dat ik op de kleiclub twee kereltjes uit was maakte, een Jezusje en een Boeddhaatje, en dus moet ik een beetje reconstrueren hoe het ook alweer ging, die verwarrend hete maar bijzonder heuglijke zomerdag. Ik vond het grappig dat het volledig uit de hand liep, maar dat zullen sommigen, zo niet de meesten, beslist anders zien.  

Ik herinner me nog goed dat ik aan de juf vroeg of ze ook gedacht had aan tandenstokers of cocktailprikkertjes. Je moet immers een paar tools hebben om te kunnen werken. Alleen maar je eigen handen en je lange nagels is wat karig. Maar daar had ze niet aan gedacht. Ik opperde dat ze me ook een scherp vleesmes kon geven, maar dat was natuurlijk tegen het zere been, want scherpe voorwerpen zijn uit den boze in de hel. Dat de juf zelf soms de meest vreselijke dingen zegt, die als een tweesnijdend zwaard door onze kwal-achtig zachte zielen klieft, dat geeft dan weer niks. Gelukkig had Annemarie, die als ik haar tegenkom altijd kristelukke liedjes begint te zingen - bijvoorbeeld 'Lees je Bijbel, bid elke dag' - een oude gebruikte tandenstoker voor mij. Ze zei: 'Jozeph, hij is al gebruikt hoor, al heel vaak, want dat is goed voor het miljeu.' Ik zei dat het me niet kon schelen, noch dat ie door Annemarie gebruikt was, noch dat het beter was voor het milieu.

Ik pakte het Jezusje uit de kast waar het lekker lag te slapen, schudde het zachtjes wakker en zei: 'Lieve zoete Jezus, nou komt het, nu ga ik je martelen. Ik wilde dat liever niet doen, maar het moet wel gebeuren, want anders klopt de geschiedenis niet meer en ik wil niet doorgaan voor een geschiedvervalser. Sommige lieden verwarren jou misschien met Julius Caesar maar ik niet.' Mijn Jezus deed de oogjes een beetje open, knipperde vanwege het nare licht van de LED-TL-buizen aan het plafond en keek me lief aan. Hij zei niks, maar ik hoorde zijn innerlijke stem wel: 'Wat moet gebeuren dat moet gebeuren.' Ik zei: 'Je moet zeggen: "Uw wil geschiedde." Zo staat het geschreven. Ik zou me maar houden aan de orale overlevering, want anders is het einde zoek. Ik moet er niet aan denken dat de waarheid zoek raakt door een gigantische, Babylonische spraakverwarring die ontstaat wanneer mensen niet meer goed naar elkaar luisteren en vergaten hoe ze konden memoreren. Niks is meer zeker en alle onzekerheden vind je op het web.'

Omdat de kleitafel waaraan ik werkte hard was, dacht ik eraan een kussentje onder zijn hoofd te leggen of zelfs een matrasje, maar dat wilde hij niet. Hij zei: 'Ik moet lijden. Niet omdat ik dat wil, maar omdat de  werkelijkheid van alledag nu eenmaal onbegrijpelijk wordt zonder pijn. Anders was ik wel boeddhist geworden.' Ik begreep het punt, zeurde er niet meer over, vroeg niet of ie soms ook naar het ziekenhuis wilde, waar 'een lieve zuster' of 'lieve broeder' of 'een het' pleisters op alle wonden zou plakken en een lakentje over zijn schaamte ging trekken. Nee. Ik wilde niet eens weten of ie dorst had. Empathie voelen voor een mens die je beroepsmatig wilde gaan martelen is ondenkbaar. Als iets je beroep is, dan moet je wel professioneel blijven en dus bewaar je exact de juiste distantie, precies zo als een psychopaat zou doen wanneer hij - of zij of het - net van plan is om zijn of haar en het zwaard in de onwillige schede te schuiven. 

Het poppetje lag voor me op tafel, de armpjes wijd, de beentjes keurig bij elkaar, het hoofd nog net niet helemaal gebogen. Ik vond het er bevallig uitzien en gaf mezelf een compliment: 'Joseph, dat heb je verrekte goed gedaan, dat mensfiguurtje. Heel realistisch en zeer overtuigend. Maar dit is pas het begin van iets groots. Nu doorpakken.' Ik nam het tandenstokertje tussen rechter duim en wijsvinger, met enige ondersteuning van de resterende vingers, bewoog mijn hand naar de voetjes, naar de linker voetzool en prikte uiterst geconcentreerd het eerste gaatje van een nano-milimeter diep. Pijn moet je een beetje opbouwen, anders wordt het al gauw ondraaglijk. De oude Romeinen wisten dat.

Edith, wat is jouw ergste pijn tot nog toe? Ik bedoel geen zielenpijn want die kun je niet onderling vergelijken, heb ik hier gemerkt. Iedereen waardeert de eigen zielenpijn het meest en dingt af op die van anderen. We hebben het nu over echte pijn, de lichamelijke. Misschien is het goed daar eens iets meer over te vertellen en uit te leggen hoe je in godsnaam je geloof kunt bewaren in een Opperwezen dat allemachtig almachtig is maar geen zak doet. Ik bedoel, een godheid die de in een zeer deplorabele, zieltogende staat verkerende moderne mens, zeg homo sapiens bis, niet helpt. Hij, zij of het ziet er elke dag toch met Google Earth toch een heleboel, een legioen, lijden als waren het varkens in een megastal di  e nooit het daglicht zien, nooit een paar bomen, een beetje gras, die nooit zullen copuleren, nooit ouder worden dan een eendagsvlinder? Is zo'n demiurg soms een psychopaat en kunnen we die niet beter aborteren of euthanaseren? Sorry Edith, ik snap dat je door  persoonlijke omstandigheden niet zo'n voorstander bent van dit soort gemene praktijken, maar toch. Ik hoor je graag.

Liefs jouw Joseph  









donderdag 8 september 2022

Brieven aan Edith Stein #38

 

 
A.K. (1914-2010)
Volgens Veronika het echte gezicht
1992-1994
 
gemengde techniek op hout
ca. 25 x 25 cm
 
 
 
 

BRIEF 38 aan Edith Stein 
'Zonder identificatie vallen zware energieën weg'
Joseph M. Heij
Wolfheze bij Arnhem
 

Zeer uitverkoren Theresia van het Allerheiligste Kruishout van de Zwetende Verlosser,

Je vindt, Edith, dat ik me raadselachtig uitdruk? Misschien. Mijn bloedeigen vader zei dat ook altijd: 'Jongen, wat ben jij cryptisch. Als je niet gewoon kunt zeggen wat je denkt, als jou dat talent niet is gegeven - je kon het maar niet ontwikkelen - geef mij dan tenminste een sleutel tot de crypte.' Ik: Maar paps, van wie zou ik dat hebben, dat cryptische? Wie dolf mijn graf, wie dat van jou? Welke rotte appel valt ooit ver van de stam van de boom van kennis van goed en kwaad? Geen een toch?' 

En, om het een beetje te verduidelijken - mijn vader bleef me aankijken alsof ik manisch aan een doodgeboren veulen trok - vervolgde ik: 'Als ik me niet presenteer als een spiegel van raadsels, dan zou ik zo helder moeten zijn als glas? Hoeveel profeten, uit de Bijbel of een ander goed boek, ken jij waar je doorheen kunt kijken als was er helemaal geen profeet, geen spiegel van raadsels maar kraakhelder glas? Waarom stuurden de oude goden cryptische betweters op een volk, of stam of tribe, af als dat volk zichzelf zo goed verstond?' Welk komisch-kosmisch woord mag een profeet tegenwoordig nog ongestraft gebruiken zonder stapels stenen des aanstoots naar zijn kop gegooid te krijgen? Ik ken die goden niet, dat zijn mij onbekende goden die ik weiger te aanbidden.

Edith, wist je dat Mijn Vriend inmiddels bijna geen volgers meer heeft en, waarschijnlijk om die reden, A.K. naar zich toetrekt? Precies zoals de meeste mensen die een nieuw maar goed idee van een ander vernemen, meteen denken dat ze het zelf bedachten? Ik ken maar weinig mensen die langer dan een paar seconden kunnen onthouden dat ze iets goeds of iets slechts niet zelf bedachten maar ontleenden aan anderen die een stuk slimmer zijn. Jij zou, als wetenschapper, toch moeten weten dat je voortdurend uitlegt wat je van wie leent en welke gedachte je daadwerkelijk en uiterst vakkundig uit je eigen brein wist te destilleren? Allemaal voetnoten toch?  

Snap je, Edith, dat ik zelf knettergek word van de gedachte dat bijna geen enkele gedachte die ik genereer oorspronkelijk is, maar geleend werd? Dat ik dus schatplichtig ben en rekenschap heb af te leggen? En dat niet later in de tijd, wanneer het kalf allang verdronken is, maar nu? Dat ik dat niet in het hiernamaals hoef te doen, maar meteen mag ophoesten? Begrijp je mij Edith, wanneer ik zeg dat mijn hoofd werkelijk de hele dag lang rekenschap aflegt van het eigen kopieergedrag, maar dat mijn ogen die louterende ervaring zelden bij anderen opmerkt? Hoeveel mensen ken jij die zich niet met al te groot gemak dingen toe-eigenen die niet van hen zijn maar van een ander? Snap je nu een beetje beter waarom ik hier zit terwijl anderen hier hoorden te zitten? Het heet hier in huis steeds: 'Jooozev, Joozev, wat ben jij toch een gevoelige jongen.' En: 'Wat maak jij het jezelf moeilijk, kerel. Zo overleef je het niet.'    

Moet ik nog antwoord geven op de retorische vraag of mijn kop niet precies hetzelfde doet als de hersens van een ander? Moet ik nog aan jou uitleggen dat het al met al beschaafder is, en minder eenzaam maakt, wanneer je de ander voortdurend prijst omdat je wel degelijk kopieerde? Waarom is dat voor de meeste exemplaren van homo sapiens sapiens toch zo moeilijk Edith? Waarom lukt het de meeste exemplaren - 'Stuecke' zeiden de S.S.ers die het Rode Huis of het Witte bewaakten - toch zo slecht om een ander te gunnen wat een ander toekwam? Ze zien het niet eens, ze willen het niet zien, ze geloven het niet, waren anders zelf ook heus wel op de gedachte, of op meerdere gedachten - bravo! - gekomen, of vonden het kant en klaar op het internet-zonder-bronvermelding dus waarom moeilijk doen? Misschien hebben wetenschappers een groter geweten dan kunstenaars? Zeg jij het Edith.

Zoals miezerige ambtenaren die nog nooit een sportschool van binnen hebben gezien, bij wie de behaarde onderbuik zowat op de grond hangt, in hun bolide ineens macht voelen die ze met geen mogelijkheid kunnen beteugelen. Omdat ze anoniem zijn. Kopiëren van het web veroorzaakt minder stress, minder gewetensnood. Omdat het anoniem is. Ondertussen is het verschil tussen het geweten van een copycat die steelt van de naaste naaste en dat van die zwarte ambtenaren-kater die anoniem steelt, pijnlijk genoeg bijna altijd verbazingwekkend veel kleiner dan een nano. 

Copycats zelf vinden mij doorgaans, wanneer ik uitleg hoe ik ernaar kijk, 'veel te moeilijk' doen. 'Wat een gedoe', heet het. Zelf zou ik het een kwestie van beschaving noemen om het jezelf als ambtenaar van de burgerlijke stand niet zo bedrieglijk makkelijk te maken. Een oprechte boeddhist zouden zeggen: 'Zonder identificatie vallen zware energieën weg.' Ik ben erg benieuwd wat je gaat zeggen, lieve wijze Trees, hoe jouw heilige zweetdoek tegen deze dingen aankijkt.

Ik hoor het graag. En fijne groet,

Joseph           

 

 

 

 

 

woensdag 7 september 2022

Brieven aan Edith Stein #37

  


 

 

BRIEF 37 aan Edith Stein 
'Welke afdruk maakt een zweetdoek?'
Joseph M. Heij
Wolfheze bij Arnhem
 

Zeer gezegende Theresia van het Heilige Kruis,

Mijn Vriend komt vandaag of morgen van een zeer koude kermis thuis. Hij mag dan menen dat A.K. een afsplitsing is van hemzelf, ik heb hem nu een brief gestuurd waarin ik uitleg dat ik A.K. ben, dat al die werken door mij gemaakt zijn, dat ik die dingen helemaal niet heb gevonden in een kamer in een gesticht maar zelf schilderde, dat er helemaal geen familie van haar bestaat, kortom dat A.K. louter fictie is. Hij zal zich rot schrikken. Hoop ik. Wat hij zich om welke reden dan ook toe-eigent, behoort aan mij, niet aan hem. 

Diep in zijn hart weet hij heus wel dat hij de maker niet is, niet kan zijn, dat ik hem slechts vroeg om mij te helpen met rubriceren en documenteren. Dat het eenvoudigweg zijn cultuur niet is, dat hij zich van alles kan toe-eigenen, dat hij weet ik het hoeveel kolonies kan stichten, vlaggen en vaandels kan ophangen in het trieste der tropen, aan de tranen van acacia's, aan de knotwilgen, het zal hem niet bekomen, er verandert niets aan het feit dat het zijn cultuur niet is. Hij kan wel doen alsof en dat doet hij, wacht maar af. Hij zegt natuurlijk: maar ik kom ook uit Europa, ik ben geboren in Nederland, het zijn ook mijn cultural roots. 

Ik geloof Edith, dat er een moment komt dat we ons massaal weer onze eigen cultuur gaan toe-eigenen. Voor jou klinkt dat misschien raar, dat snap ik, omdat je nog uit een tijd stamt waarin men de eigen voorouders nog niet haatte. Een opportunistisch ego zal zelfs beweren dat die voorouders eigenlijk wel goed waren, dat ze spoorden, dat het met de inteelt nog wel mee viel. Dat het vooral aan dat vermaledijde geloof van die voorouders is, een geloof dat ze helemaal niet aan wilden hangen, maar wel moesten van de kerk, van dat geloof. Van het geloof moest je bij ons vroeger wel geloven. Alsof dat elders in de wereld anders is. Alsof het niet juist bij uitstek onze cultuur is die zichzelf is gaan haten, die alles op de kop wilde zetten omdat niets deugde.

Een paar dagen geleden kwam ik die nieuwe chique bewoner weer tegen. Rond een uur of drie zocht ik de schaduw van een reusachtige rododendron dicht bij de grote vijver op. Ik zat er nog geen tien minuten ademhalingsoefeningen van Wim Hof te doen, of hij kwam energiek aanlopen. Vlak voor een jeneverbes, geen bes maar de hele struik, stond hij bruusk stil, bekeek de struik van topt tot teen en begon te praten. Omdat ik niemand zag denk ik dat hij echt tegen de bes stond te praten. Ik geloof niet dat hij ooit met iemand praat, alleen tegen. Hij was behoorlijk opgewonden. Ik was blij dat hij mij niet opmerkte, alhoewel ik nog geen vijf meter van hem vandaan zat. Ik kon alles horen. Hij is zo'n type dat de eigen cultuur haat. 

Ik denk wel Edith, dat we onze eigen cultuur blijven haten, totdat er weinig of niets meer van over is. Het gras bij de buren was altijd al groener, maar sinds een eeuwtje zien we dat pas echt goed. We slaan de eigen schedel in, niet die van een ander. Mijn oog voor mijn oog, mijn tand voor eentje van mezelf. Totdat we erachter komen dat het gras bij de buren net zo dor is als bij ons, dat de tandeloze mond wordt aangegrijnsd door een mond vol met gave witte tanden van de ander die niet door het stof hoefde te gaan, omdat die smetteloos witte tanden nooit bedorven werden niet aflatende zuuraanvallen. Het was een kunstgebit, plastic, of kunsthars, geen ivoor.

We mogen dan wel beweren dat we, sinds de dagen van Rousseau, niet meer geloven in de edele wilde, de harmonieuze indiaan, maar dat doen wel wel degelijk. Waarom anders zouden we toch zo'n afkeer van onszelf zijn gaan krijgen en zozeer genegen de meest idiote exoten zomaar te omarmen zonder dat we die kennen? Maar goed Edith, wanneer het kantelt, en dat doet het natuurlijk vroeg of laat onherroepelijk, dan zijn we weer als de kippen erbij om te beweren dat we al tijd al van onze eigen voorouders hielden, dat we altijd al inzagen dat een cultuur die zichzelf schaamteloos vernietigt wordt opgevreten door de gieren. Nee, we beminden voortdurend, uiterst kritisch maar innig. Geloof het vooral zelf. Ik niet. Maak er een schone mantra van. Ik doe dat niet.

Ik was wel eens benieuwd Edith wat jij te zeggen hebt over ons ware gelaat? Is dat een gelaat dat alleen zichzelf kan haten of zichzelf alleen maar kan beminnen? Welke afdruk maakt een zweetdoek van een gelaat dat slechts lijdt aan zichzelf?  

Een echte kus, op je rechterwang,

Joseph

 

 

 

 

 

 

dinsdag 6 september 2022

Kwaadaardig Mooi #2

 


Museum Tot Zover, Amsterdam 
Kwaadaardig Mooi

A.K. (1914-2010)
Serie 18/Nr 1-5
Groeipijn

ca 1988 (?)

was, kralen, spelden en gemengde techniek op paneel
57,5 x 17,5 cm
 

foto: Wout Herfkens

 

5 ex voto's van A.K. (1914-2010)
Museum Tot Zover Amsterdam 
Kwaadaardig Mooi


In de nalatenschap van A.K. werden 5 ex voto's aangetroffen die gaan over de gevreesde ziekte 'k.a.'.
De serie stamt uit de de jaren tachtig van de vorige eeuw en werd voorlopig gezet op 1988. Een exacte datering laat op zich wachten. 

Waarom niet 'Maria de moeder van Jezus' maar het 'Kindje Jezus van Praag' in deze 5 werken verschijnt is niet duidelijk. Opgemerkt kan worden dat A.K. zelf uit Bohemen kwam en dit iconografische beeld haar van kind af aan bekend moet zijn geweest. A.K. had zelf kanker, maar onbekend is wat het precies was. Deze serie geeft daarover geen uitsluitsel.

Op alle 5 werken zijn kleurrijke glasdruppels bevestigd, steeds in het bovenste deel van het beeld: op de mantel, op het onderhemd en op de kroon. De afgebeelde zieken in de onderste helft van het beeld ontberen deze versieringen; zij moeten het doen met een bruinige was-stempel met een afdruk, in positief of negatief, van een heilige uit de rooms-katholieke traditie. Het is onduidelijk om welke heilige het gaat.  


Kwaadaardig Mooi is te zien van 15/09/2022 – 15/01/2023
LOCATIE | Museum Tot Zover 
Kruislaan 124, 1097 GA Amsterdam

website: museum-tot-zover 
 
 
 
 
 
 
 

donderdag 1 september 2022

Kwaadaardig Mooi #1

 


 

Museum Tot Zover Amsterdam 
Kwaadaardig Mooi

Kunstenaars verbeelden kanker
opening donderdag 15 september 2022 om 17:00 u


In de Grote Zaal geven kunstenaars vorm aan hun ervaringen met kanker. Een tentoonstelling met werk van Esther van Casteren, Sylvia Evers, Niels Helmink, Wout Herfkens, Sonja Hillen, Rinke Nijburg en Kim Tieleman.

Kwaadaardig Mooi is te zien van 15/09/2022 – 15/01/2023
LOCATIE | Museum Tot Zover 
Kruislaan 124, 1097 GA Amsterdam

website: museum-tot-zover 
 

 

 

 

vrijdag 26 augustus 2022

Brieven aan Edith Stein #36

 



BRIEF 36 aan Edith Stein 
'Een overbemeste pink met kalfsogen'
Joseph M. Heij
Wolfheze bij Arnhem
 

Zeer gezegende Theresia van het Heilige Kruis,

Allereerst mijn condoleances dat je moeder is overleden. Zoiets is niet niks. Had je een goede band met haar? Had je nog schulden? Denk je dat ze bij Jezus is, of niet omdat ze de  Joodse godsdienst aanhing? Mijn moeder is allang dood; ik weet niet eens meer waar ze aan overleden is. Ik mis haar soms wel. 

Onlangs heb ik je twee dingen beloofd: ik zou schrijven over de les 'werken met natuurlijke bijenwas' en ik zou die nare brief van Mijn Vriend over A.K. integraal aan je sturen. Die kolere brief kan ik niet vinden en uit het hoofd parafraseren wil ik niet. Ik kies dus voor de wassen hittegolf.   

We zaten die allerheetste middag de bijenwas met z'n allen lekker zacht te kneden. Dat ging best snel. De hele gemeenschap was bijeen: hetero's, homo's, transgenders, Syriërs, Oekraïners en niet nader gedefinieerde typetjes. Veel bewoners dus die langzamerhand niet meer goed weten wie ze zijn. Ik denk dat ik daar bij hoor. Dat zacht maken van de harde was daar was niet veel moed voor nodig, want het was, zoals ik al zei, die middag zo heet dat het goedje bekant als honing tussen de vingers door droop. Gelukkig ging het om 'smeltende objecten', met een meer dan vettige knipoog naar Salvador Dali. 

Eigenlijk moest je als creatief therapeut liever helemaal geen voorbeelden geven, want de meeste onbenullen fabriceerden gelijk de gesmolten horloges die je laat zien. Zelf koos ik voor twee mensfiguren: de boeddha en de jezus. Ik was de enige, want niemand gelooft dat een mens kan smelten, laat staan een jonge god, maar dat is wel zo. De jezus hing, zoals ik al zei, pal in de hete zon aan een gevorkte ficus-tak in de pot van de volgens mij dode cactus. De boeddha zat, meldde ik je volgens mij ook al, zwaar beschaduwd, onder de door mij verwonde maar zeer levendige ficus. Voor de boeddha was het op zijn dikke reet aangenaam toeven, voor de jezus met kleine knijpbillen was het behoorlijk afzien.

Zo gaat dat. Het lot bepaalt waar je wordt uitgekakt, onder een gelukkig gesternte geboren wordt of onder een vrij ongelukkig sterrenbeeld, of je einde een beetje draaglijk is of vrij ondraaglijk. Ik denk dat het je hele wereldbeeld bepaalt, zij het dat het op zo'n allerlaatste ogenblik rijkelijk laat is om nog iets noemenswaardigs te herzien. Kan dus best zijn dat de Heere Jezus boeddhist was geworden als ie op vijfduizend meter hoogte geboren was en niet was gekruisigd maar onder een boom of een rododendron met veel schaduw en Boeddha christen zich bekeerde tot het christendom toen de Romeinen ook Tibet hadden bezet en de boeddha maar een irritante opstandeling vonden. We weten het gewoon niet. Iemand zie een keer: 'Weet alles maar eens achteraf.' Maar dat is niet zo, achteraf weet je soms nog minder dan van tevoren. 

Binnen mijn concept was het idee dat Jezus zou smelten in de zon en Boeddha een fijn leven zou hebben in de schaduw. Ik had de laatste ook nog eens fijn ingesmeerd met zonnebrand van een hoge factor. Jezus niet, want die moest zoveel mogelijk lijden. Hoe meer pijn hoe meer onze zonden werden afgewassen. Maar ja, dat smelten viel tegen. Je kunt je helemaal de blubber denken over een  strak conceptueel plan, de aardse werkelijkheid is soms onbarmhartig weerbarstig. Jezus aan de tak aan de cactus begon weliswaar te zweten, maar smelten wilde hij echt niet. Daarom vroeg ik om een föhn. De juf vroeg nog: 'Joseph, wat wil je in godsnaam met die föhn? Het is al zo heet.'

Uiteindelijk kreeg ik permissie om een föhn te halen. Zelf heb ik er niet een, want er valt aan mij weinig te föhnen. Maar ik vond er een, bedacht dat ik ook een verlengsnoer nodig had, nam ook dat mee en installeerde de boel als een professioneel kunstenaar. -Ik weet precies hoe Mijn Vriend dat doet.- Ik zei nog: 'Sorry voor de extra hitte maar dit is het konzept.' En begon te föhnen. En de jezus aan de dode cactus gaf mee. Ik denk dat dat verstandig was. 

Ik geloof niet dat welke ademhalingstechniek ook maar iets uithaalt bij zulke hoge temperaturen. Ik denk, jammer genoeg, ook niet dat onze globale, zelf aangewakkerde heetluchtstroom nog gekeerd kan worden , alhoewel de meesten van ons nog keurig de aangeleerde ademhalingsoefeningen doen in een prettig geklimatiseerde ruimte. Te heet is gewoon niet opwekkend. Hoe het ook zij, de ziekelijk verwende teerling werd te lang geleden door onszelf geworpen, de overbemeste pink met de kalfsogen verdronk zoals altijd ongezien, niemand om de put te dempen. Dat laatste geeft niet, want er was niemand meer.

Edith, morgen vertel ik hoe het afliep met gesus en boeddha. 

Een warme groet,

Joseph