zaterdag 25 april 2026

Brieven aan Edith Stein #154 'De onderbuik van de keukenmeid'

   


Interstellar Nurserey
2026
-preliminary image 
 
mixed media on paper
(colorpencil, softpastels, charcoal, ink, acrylics and additional materials on paper)
ca 170 x 90 cm 

 


 
 
BRIEF 154
aan Edith Stein
'De onderbuik van de keukenmeid'
 
Joseph M. Heij 
Wolfheze

Genadige Zuster Teresia Benedicta vom Kreuz, 

Lieve Edith,

Het is zaterdag. Maandag is het Koningsdag. Wat doen jij en Rosa vandaag? Ik neem aan dat jullie geen twee dagen weekend hebben. Op zijn best de zondag. Werkten jullie niet in de kraamkliniek? In barak 144. Ik dacht dat je dat zei.   

De ervaring die je hebt opgedaan in het hospitaal in de eerste wereldoorlog zal jou nu goed van pas komen. Maar of Rosa tegen al dat bloed kan? Zij lijkt me de zwakkere ziel van jullie twee. 

Misschien troost het je dat jullie, midden in dit prachtig bloeiende lenteweekend, met moederbloed beschilderde baby'tjes wereld in helpt en geen met eigen bloed beschilderde jongens de wereld uit hoeft te helpen? 

    "Wees gegroet Maria, vol van Genade, de Heer is met U, Gij zijt de Gezegende onder de vrouwen en gezegend is Jezus De Vrucht van Uw Schoot."

Hoeveel hoofdletters moet ik wel niet gebruiken Edith, in deze ene volzin? -

Hoe groot is het gat tussen geboorte en dood eigenlijk? Een wiegendood-dag lang? Een paar heerlijke witte broodweken? Een hele fijne jeugd? De tijd tussen doodgeknuffeld worden in de wieg en doodgeknuppeld worden aan het front? Kan dat gat nog wat groter? Veertig jaar? Tachtig? Tegenwoordig wel 100?

Als we jongens - van achttien, negentien, twintig- als zeehondjes laten doodknuppelen door de vijand waarom zouden we dan geen ongeboren baby's doodknuppelen? Dan is er zowat geen gat. Dan bleef het ongeboren kind veel ellende bespaard. In en uit de pulserende Anus Mundi. Aktion T4. Het ene gat uit, het andere ogenblikkelijk weer in.

Hadden al die moeders voor de conceptie geweten dat hun jongens en meisjes na twintig jaar hartkloppingen en ademhalen alweer op het eindpunt van de reis zouden belanden, hadden zij dat kind dan gewild?

Trui was hier gisteren. Ze vertelde dat een van hun dochters, van Trui en Mijn Vriend, naar een abortusfeestje was geweest. Ik had er nog nooit van gehoord. Wat het was, vroeg ik. Het was, zo meent Trui, een groot of klein feestje, afhankelijk van de stemming en het budget, afhankelijk ook wellicht van het weer dat meezit of tegen. Een feestje van opluchting dat je van die tyfusbaby af was. Van dat enge ding dat groeit als alvleesklierkanker of rodekool. Een valse pitbull, losgebroken van de euthanasiespuit.

Edith, ik geef grif toe dat ik een schaterlach niet kon onderdrukken. Een abortusfeestje. Schijnen heel populair te zijn tegenwoordig. Ik weet niet of jullie het fenomeen kennen? Jullie Duitsers zijn er meestal vroeg bij als het gaat om het onderzoeken van netelige ethische kwesties. Aktion T4.  

De opluchting immers dat ze de parasitaire rodekool te slim af waren moet enorm groot zijn geweest. Zoiets moet een mens vieren, met muziek, met drank, dansen. Met anderen die net zo goed opgelucht zijn als jij.

Beter de vroegtijdige dood van het monster vieren dan het voortijdige einde van de boerenzoon die nooit de opluchting zal kennen van de dood van het beest in de onderbuik van de keukenmeid. 

Schrijf mij weer eens iets Edith, ik voel me zo goed de laatste tijd.

Liefs en een groet een Rosa,

Jouw Joseph 


 

  


 

 

 

 

 

 

vrijdag 3 april 2026

Brieven aan Edith Stein #153 'Zijn Stille Zaterdag Lichaam'


The Mercy Seat
2026
detail 
 
mixed media on paper
(colorpencil, softpastels, charcoal, ink, acrylics and additional materials on paper)
ca 190 x 90 cm 

 


 
 
BRIEF 153
aan Edith Stein
'Zijn Stille Zaterdag Lichaam'
 
Joseph M. Heij 
Wolfheze

Genadige Zuster Teresia Benedicta vom Kreuz, 

Nog een paar uur Edith en jouw Joodse Messias sterft aan het Romeinse kruis. Gelukkig is het weer best aardig en verwachten de meeste buienradars om drie uur vanmiddag geen regen of onweer.  

Mijn Vriend heeft het werk afgewezen. - Joseph kan opnieuw beginnen. - Hij, mijn opdrachtgever, herkent zichzelf niet in 'Het Kind' noch ziet hij er De Verlosser in die voor hem aan het kruishout op Golgotha stierf. Met 'De Vader' kan hij wel leven, zegt ie, al weet ik dat hij zijn leven lang met die man gevochten heeft aan de overs van de Lunterse Beek.

En die zwarte kop op dat witte lichaampje bevalt hem ook niet; ik dacht dat hij dat wel tof zou vinden. 'Het Kind moet lijden', zegt Trui, zijn vrouw. 'Hij staat erbij als een goochelaar zonder toverstaf, een jongleur zonder ballen.

Bespaar je dus de moeite Edith om mij te antwoorden op mijn vragen.

Wat ik nu wil doen is 'een troon vol van genade' maken waarin we de rollen van vader en zoon omdraaien. Van De Vader maak ik een jonge god, van De Zoon een stervend oud mannetje. De Vader krijgt de lange Witte Donderdag haren van Absolom, de blauwe Goede Vrijdag ogen van Klara Hitler en de klaproosrode Paaslippen van Marilyn Monroe. De Zoon krijgt lang, grijs krullend Stille Zaterdag haar, grijze Stille Zaterdag ogen en ijzig blauwe Stille Zaterdag lippen.   

De Vader zit te genieten in het lentezonnetje, de zoon wil maar niet ontwaken uit de nachtmerrie van de dood aan het kruis. Of weet jij een nog betere manier om de totale desinteresse van de hedendaagse god zoekers, waar het gaat om lijden en sterven van jouw Joodse Messias, in beeld te brengen? Jouw Soete Lieve Jesu is de laatste waar een beetje spiritueel mens opgewonden van wordt. Het is een niche geworden, zoals oma-seks dat al heel lang is.

Vind je dat ik teveel de draak steek met jouw geloof? Vind je het gek? Je antwoordt me zelden, zegt veel van me te houden en dagelijks voor mijn zielenheil te bidden, maar ik merk er bitter weinig van. Laat die god van jou zich eens aan Joseph openbaren zoals hij kennelijk wel deed aan jou en je zus, aan Mijn Vriend en zijn vrouw, aan nog wat andere lieve maar veel te goed gelovige zielen.

Nou Edith, nog een kleine twee uurtjes en Hij is weer dood. En dan nog een paar nachtjes slapen en ze jatten Zijn Stille Zaterdag Lichaam.   

Morgen, Stille Zaterdag, schrijf ik je weer. Ik ga dan eerst wandelen met zuster Jeanne en daarna naar de kleiclub. Na het middagdutje schrijf ik je. Zal ik de ontluikende natuur beschrijven die jij en Rosa waarschijnlijk helemaal niet te zien krijgen in Auschwitz?

Liefs Jouw Joseph 

 

 

 

 

 

 

 

 

dinsdag 24 maart 2026

Brieven aan Edith Stein #152 'Hoe lang ik op sterven heb gelegen weet ik niet'

  


The Mercy Seat
2026 
 
mixed media on paper
(colorpencil, softpastels, charcoal, ink, acrylics and additional materials on paper)
ca 190 x 90 cm 

 


 
 
BRIEF 152
aan Edith Stein
'Hoe lang ik op sterven heb gelegen weet ik niet'

Joseph M. Heij 
Wolfheze

Genadige Zuster Teresia Benedicta vom Kreuz, 

Lieve Edith,

Hoe lang ik 'op sterven' heb gelegen weet ik niet, maar een behoorlijke tijd. Laten we zeggen dat ik volledig genezen ben. 

Toen ik buiten bewustzijn raakte was de wereld nog koud, kaal en grijs, inmiddels is het volop lente. Ik liep aan de arm van zuster Jeanne door de tuin achter het huis, zag overal krokussen, narcisjes en zelfs al wat tulpjes. Sommige bomen hebben al jonge blaadjes. Maar het meest vielen met toch de vrolijk makende vogelgeluiden op. Het aardigst was nog wel de opvallende roep van een groene specht die we even later ook zagen opvliegen uit het gifgroene voorjaarsgras.

Het huis meent dat de reis naar Linz me niet bepaald goed is bekomen, dat er een verkeerde inschatting is gemaakt en zo zie ik het ook.  

Zuster vertelde me dat het niet goed gaat met de vader van Mijn Vriend. Ik vroeg wat ze precies bedoelde, zei dat ik het te vaag geformuleerd vond om er notie van te nemen. Of hij soms op sterven lag? Nee, dat was het niet, zo zeg je dat niet. Men had hem gezegd dat hij in de laatste fase van het leven was beland. Ik zei dat zo'n fase behoorlijk lang kan duren. Kijk maar naar de Joseph die aan jouw arm loopt: die staat ook elke keer weer op uit de dood. Hoe men ook hoopt en bidt dat het afgelopen mag zijn. Dat Joseph gauw uit zijn overbodige lijden mag worden verlost.

Zuster had het van de vrouw van Mijn Vriend gehoord. Die had Jeanne gesproken toen ze hier was om naar mij te informeren. Ze had beter kunnen bellen, want als Joseph weer eens op sterven ligt dan mag hij geen bezoek, bloemen of chocola.  

Zuster vertelde dat er veel en hard gebeden wordt voor het zielenheil van de arme vader van Mijn Vriend. De man is bijna honderd en nog is men bang dat hij de eindoverwinning niet behaalt. Ik vroeg hoe dat dan zat, want het was toch zijn hele leven lang een vrome man? Volgens Jeanne wil de familie horen dat hij inziet dat hij niet zonder de vergeving van Jezus Christus kan. 

Maar met Mijn Vriend heeft de goede man gesprekken over het geloof die een andere richting uitwijzen. Zegt zijn vrouw. Mijn Vriend is hier al heel lang niet meer geweest, waar ik uit opmaak dat het met hem ook niet bijster goed gaat. Het zal mij benieuwen hoe hij verder moet Edith, zonder zijn vader, want die is alles voor hem, zoals zijn vroeggestorven moeder dat was.

God heeft geen zoon. Dat is Grieks denken, niet joods. En vergeving van zonden is niet echt nodig, want fouten maken hoort nu eenmaal bij een schepsel met een ingeschapen vrije wil. Een exemplaar van homo sapiens sapiens is geen voorgeprogrammeerde robot die je van alles kwalijk kunt nemen. Bij gebrek aan zelfkennis immers is dat de laserprojectie die volgt. De Schepper gaat het zichzelf echt niet kwalijk nemen. De Schepper is volmaakt zoals de schepping dat is.

Edith, wil jij je eens buigen over de tekening die ik nu aan het maken ben in opdracht van Mijn Vriend? Hij wil, aldus zijn vrouw, dat ik een Gnadenstuhl ontwerp, een Mercy Seat. Alhoewel ik van origine rooms ben en ooit, op de universiteit van Nijmegen, kunstgeschiedenis als bijvak had, moet ik bekennen dat ik even niet goed meer wist wat dat ook alweer was, een Gnadenstuhl

Het is een laatmiddeleeuwse voorstelling, meestal geschilderd, van God De Vader die Zijn Dode Zoon op schoot draagt. Ergens in het beeld vliegt of zit een vogel, een duif - soms moet je echt goed zoeken en vaak lijkt het echt niet op een duif - die het derde lid van De Heilige Drievuldigheid representeert. Ik geef toe dat het een krankzinnig beeld is. Wat zou jij doen? Wat aanraden?

Ik zit er een beetje mee in de maag. De vader gelooft niet in De Zoon, maar wel in De Vader. De zoon, Mijn Vriend, gelooft wel in De Vader en De Zoon en zeer waarschijnlijk ook in De Vliegende Geest. Zo weet ik van vroeger dat hij, vlak voordat hij de kat en de hond het eten voor de neus zette, eerst bad. "In de naam van De Vader en De Zoon en Het Heilige Beest."

Twee vragen Edith. Heeft Mijn Vriend nu gezondigd tegen De Heilige Geest? En: hoe maak ik dat werk af? Ik wens niemand te beledigen. Mijn Vriend wil een ode brengen aan zijn vader die een heel stuk verlichter is dan zijn zoon. God heeft geen kinderen. Of we zijn allemaal kinderen van God. Hoe ik God moet afbeelden weet ik zo ongeveer wel, maar De Zoon, het enige kind, zit ik behoorlijk in de maag.

Ik hoor het graag. Wacht niet te lang met antwoorden. Ik weet dat je druk bent. En doe je lieve zus Rosa de hartelijke groeten van jouw Joseph.

Liefs, jouw Joseph 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

woensdag 4 februari 2026

Brieven aan Edith Stein #151 'Tag 1 I Sonntag I Jenseits von Wien'

 
Joseph Heij
'Jenseits von Wien' 
  
Polaroid Photo
8,6 x 7,2 cm 
 

 
 
BRIEF 151
aan Edith Stein
 
Besuch der Ausstellung ‘Mädchen sein*!?’
'Tag 1 I Sonntag I Jenseits von Wien’ 

Joseph M. Heij 
Wolfheze

 

Lieve Edith,

Gisteren vertrokken we richting Wenen. Trui reed. Ik had gehoopt dat we in München zouden overnachten maar het werd een doodgeboren dorp in de navel in de Beierse onderbuik. Mijn Vriend en zijn chauffeuse sliepen in een kamer op de eerste verdieping van het demente-bejaarden-hotel, zuster Jeanne en ik op de tweede verdieping in twee aangrenzende kamers. Mijn kluis werd volgens afspraak om klokslag 21:00 u door Jeanne op slot gedraaid met mij erin. Voor het raam zaten vijf tralies die wilden voorkomen dat ik in bij nacht en ontij aan de wandel zou gaan. Of zelfmoord wilde plegen. Dat laatste had ik beter wel gedaan, want wat die heuglijke week volgde was weliswaar hilarisch maar ook volmaakt overbodig.    

 

 

 

 

 

 

 

 

met extra groot kruisbeeld in de verder volledig smakeloos ingerichte ontbijtzaal met een door het morgenrood verlichte    


 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

maandag 26 januari 2026

Brieven aan Edith Stein #150

 

Fantan Fanga
2025 

mixed media on paper
144 x 65 cm 
 

 
 
BRIEF 150
aan Edith Stein
'' 
Joseph M. Heij 
Wolfheze

 

Lieve Edith,




woensdag 22 oktober 2025

Brieven aan Edith Stein #149 'Lekker naar Linz, Oostenrijk #1'


The Blow Softly Series No 5
Jane, Blow Softly
Jane Goodall (1934-2025) 

C-print on aluminium
40 x 20 cm 
 
 
 
 
BRIEF 149
aan Edith Stein
'Lekker naar Linz, Oostenrijk #1'
Joseph M. Heij 
Wolfheze

 

Lieve Edith,

Mijn Vriend heeft een tentoonstelling in Oostenrijk en ik mag mee. Wat vind je daarvan? Ik weet niet of jullie wel eens buiten de afrastering komen? Vertel eens hoe dat bevalt. Want ik heb behoefte aan steun. Als je al zo lang opgesloten zit, kun je bijna niet meer bedenken hoe het is om naar buiten te mogen. Met buiten bedoel ik niet onze tuin waar geen bewoner uit kan, maar de wereld waarin wij woonden maar die sinds mensenheugenis nog alleen in onze fantasie bestaat. Zeg me hoe het voelt om buiten te zijn. Hoe moeilijk is dat? Kijken de mensen op straat naar je? Voel je aan je troebele water dat je daar niet hoort te lopen? Zijn de mensen aanspreekbaar; lopen ze met een grote boog om je heen? 

Jij, Edith, en je kleine zusje Rosa, zullen wel onmiddellijk opvallen. Mager, kaalgeschoren - in ieder geval niet in model geknipt - gestreepte pyjama, blote voeten, ongewassen. Maar bovenal Joods. Wanneer ik buiten kom weet ik niet goed waarom ik zou opvallen. Mager was ik al als teerling, om kleding gaf ik nooit meer dan ik om meisjes gaf. Ik draag sandalen, zomer en winter; geleend van een Franciscaan die hier een poosje zat. Douchen doe ik liever niet, maar soms dwingt men ons. Op geen enkele Jood lijk ik. Geen zorgen daarover Edith. Waar ik me zorgen over maak is mijn huidskleur. Die is wit. Zijn er buiten nog meer witte mensen dan alleen zuster Jeanne? 

Ik mag me aansluiten bij het kleine gezelschap dat over een paar dagen naar de stad Linz in Oostenrijk afreist. Zuster Jeanne gaat mee. Dat was een voorwaarde. Ze zeggen dat het momenteel zo goed met me gaat dat ze de gok wel durven wagen. Wel draag ik een soort enkelband om mijn pols. Noem het een polsband. We gaan met de auto. De vrouw van Mijn Vriend rijdt; hij kan dat niet. Heeft wel een rijbewijs maar rijdt nooit. Kwekt liever en geeft aanwijzingen. Zuster Jeanne en ik zitten achterin. Ergens in Zuid-Duitsland houden we halt. De hele afstand in een keer is teveel gevraagd. 

Ik hoop dat we overnachten in München, de stad van Dolf. Zou leuk zijn. Daarna naar Wenen, ergens in de buurt dan, want de stad is veel te duur. En voor de opening reizen we een paar dagen later naar Linz. We zijn een dikke week in der Anschluss. Voor mij zal men niet zo massaal staan te juichen als voor Dolf, maar dat is niet erg. Die jongen genoot enorm van al die aandacht, maar ik kan mijn aandacht niet bij het publiek houden, dwaal af en vergeet het aantal volgers nog voor ik kan zien hoeveel het er zijn. Volgens Trui, de vrouw van mijn Vriend, zijn het er echt heel weinig. Jammer voor hem, mijn Vriend, geruststellend voor mij. 

Als voorwaarde had ik dat we zoveel mogelijk plekken bezoeken waar de Schickelgrubers gewoond hebben. Het toeval - of de Voorzienigheid - heeft in ieder geval gewild dat Dolf de middelbare school doorliep in Linz. We gaan de 'Linz's Realschule' bezoeken, de kerk bezichtigen waar hij kwam, en hopelijk lukt het om de hele route af te leggen die Dolf liep van huis naar school, van Leonding waar hij op de basisschool zat naar Linz en weer terug. Zuster Jeanne vond een website met allemaal leuke routes die je kunt lopen: Hitler's Linz Walking Tour (Self Guided), Linz. Ik wil ook echt heen en weer lopen, op de juiste wijze. Om zoveel mogelijk de sfeer te proeven van de lokale cultuur. Wel hoop ik dat er vooral in Leonding nog witte mensen wonen.

Edith, tot gauw. Zaterdag gaan we rijden.

Liefs Jouw Joseph

 

NB Ik weet niet of het er nog van komt om Dolf een brief te sturen; ik denk dat het teveel wordt.

      

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

zaterdag 4 oktober 2025

Brieven aan Edith Stein #148 'Charlie Kirk Blow Softly'

 

Charlie Blow Softly

C-print on aluminium
40 x 20 cm 
 
 
 
 
BRIEF 148
aan Edith Stein
'Charlie Kirk Blow Softly'
Joseph M. Heij 
Wolfheze

 

Lieve Edith,

Vreemd weer momenteel. Vanochtend stormde het en zag ik een fietsende zuster Jeanne in haar oranje regenpak, met de wielen in het grind, worstelen met regen en wind. Als ik nu mijn hoofd optil, dan zie ik dat de wind bij vlagen is gaan liggen, de zon een eeuwig pad door de lucht wandelt, op weg naar steeds hetzelfde einde van elke keer hetzelfde liedje, en dat de regen voor zichzelf op de vlucht is geslagen. Vanmiddag moet, zeggen ze, de wind weer aantrekken, zouden de wolken de lucht opnieuw moeten bedekken en trekt de regen alles uit de kast om het zuster Jeanne op de terugweg minstens zo lastig te maken als op de heenweg.

Eigenlijk Edith hou ik helemaal niet van deze poëtische manier van schrijven. Zoals ik mensen niet begrijp die foto's maken van het eten op hun restaurantbord - ze wisten toch wat ze zojuist zelf besteld hadden? - zo snap ik net zo weinig van mensen die in een dagboek of een brief het weer van dat moment beschrijven. Je wist toch wat voor weer het zou worden? Dat was voorspeld en je had het gelezen. Waarom het dan alsnog beschrijven ten behoeve van het nageslacht of de lezer van de brief? Iedereen kan naar buiten kijken en zien wat voor weer het is of er doorheen ploegen zoals zuster Jeanne. Natuurbeschrijvingen en weerberichten in romans sla ik altijd over.     

Met oorlogen gaat het net zoals met het weer. Het weer is goed, niet mistig eerder zonnig, weinig wolken, bijna geen, bij het krieken van de dag aanvallen is het beste moment van de dag, dat weet iedereen. Aanvallen het liefst op een nationale feestdag, een religieuze. Jom Kipoer. Eerste Kerstdag. Ik mag geen tv kijken, dat is al heel lang zo. Maar ik meen me te herinneren dat het weer in de vroege ochtend van 7 oktober 2023 veel goeds voorspelde. Dat ik ook beelden heb gezien van die paragliders met een strijder eronder. Ze hoefden geen oranje regenpak aan, dat zou teveel opvallen. Bovendien staat het niet bepaald stoer. Ze gleden vredig door de lucht, de landing was lekker zacht, de lange wandeling door het beloofde land daarentegen uiterst kwaadaardig. Zoals rustig weer onverwachts kan omslaan in het tegendeel, zo kan de lieve vrede omslaan in haar tegendeel. 

Vanochtend kwam mijn Palestijnse buurman binnenstormen met de mededeling dat er een wapenstilstand aan zit te komen. Je zou kunnen denken aan de omslag van het weer in Jemen, Syrië, Sudan of Oekraïne, maar het enige dat mijn buurman bezighoudt is Gaza. Ook daar schijnt de zon, stopt de bommenregen en blijven de straaljagers een dagje op bed liggen. Ik geloof dat het Donald Trump is die het weer eens voor elkaar fietst; de man verdient de Nobelprijs voor Oorlog en Vrede. Joseph Biden, de vorige president, tevens naamgenoot, had ik het beslist ook gegund. Of zo'n prijs nou naar een terminale seniel gaat of naar een grandioze narcist, wat maakt het uit als er maar vrede komt.

Ondertussen Edith, gaan de aanvallen op jullie joden wereldwijd gewoon door. De Joden uit Israël immers zorgen op een paar dagen na voor een onverplaatsbaar diepe depressie in Palestina. En aangezien je die maar moeilijk kunt bewegen tot vrede, bewegen we de joden wereldwijd zacht maar dringend tot totale vrede. 

Edith, je had beslist nu willen leven. Het lijkt best veel op het interbellum, zij het dat die tussen 1 en 2 in zat en het hier en nu - geleerd van Eckhart Tolle - bevindt zich in het schemergebied, ergens tussen 2 en 3 in. En precies zoals er in jouw gloriejaren krankzinnig veel politieke moorden plaatsvonden - van recht op links, van links op rechts, commies tegen nazies, antifa en intifada tegen patriots en maga - zo regent het in dit huidige interbellum ook politieke moorden. Vooralsnog zijn dat vooral liquidaties op alles wat antifa als uiterst rechts bestempelt - en dat is zowat alles wat op het kleurenspectrum beweegt behalve donkerrood - maar we hoeven de weersvoorspellingen niet per se af te wachten om te weten dat het nu waarin wij momenteel leven nog maar het begin is van een aanzwellende depressie die het nu langdurig zal bezwangeren. Met zwarte oorlogswolken, gure hongerwinters, slagregens, hagelstormen en nog een heleboel andere vrij voorspelbare verrassingen.  

Raar toch, Edith, dat elke oorlog uiterst voorspelbaar is en dat we er toch door verrast worden. Zoals de moord op Charlie Kirk ons door de voorzienigheid - het wordt tijd dat ik Dolf weer schrijf - op een briefje werd gegeven en we, al was het maar voor de vorm, allemaal verbaasd en blij verrast keken. Als het midden van het spectrum steeds verder naar links verschuift houdt een mens op het laatst maar 1 kleur over. Scharlaken-rood, ossenbloed-rood, kreeft-rood; bij het vallen van de nacht wordt het caput mortuum. Voor Charlie maakte ik op verzoek van mijn vriend een nieuw werk, zelf had ik meer trek in Jane Goodall die drie dagen geleden, op 1 oktober, overleed. Gelukkig in haar slaap en in het interbellum. En de nacht was koud noch warm, de wind hield zich de hele nacht rustig en op regen kon je heel lang wachten.

Vertel hoe het nu met jou is.

Liefs Joseph