dinsdag 24 maart 2026

Brieven aan Edith Stein #152 'Hoe lang ik op sterven heb gelegen weet ik niet'

  


The Mercy Seat
2026 
 
mixed media on paper
(colorpencil, softpastels, charcoal, ink, acrylics and additional materials on paper)
ca 190 x 90 cm 

 


 
 
BRIEF 152
aan Edith Stein
'Hoe lang ik op sterven heb gelegen weet ik niet'

Joseph M. Heij 
Wolfheze

Genadige Zuster Teresia Benedicta vom Kreuz, 

Lieve Edith,

Hoe lang ik 'op sterven' heb gelegen weet ik niet, maar een behoorlijke tijd. Laten we zeggen dat ik volledig genezen ben. 

Toen ik buiten bewustzijn raakte was de wereld nog koud, kaal en grijs, inmiddels is het volop lente. Ik liep aan de arm van zuster Jeanne door de tuin achter het huis, zag overal krokussen, narcisjes en zelfs al wat tulpjes. Sommige bomen hebben al jonge blaadjes. Maar het meest vielen met toch de vrolijk makende vogelgeluiden op. Het aardigst was nog wel de opvallende roep van een groene specht die we even later ook zagen opvliegen uit het gifgroene voorjaarsgras.

Het huis meent dat de reis naar Linz me niet bepaald goed is bekomen, dat er een verkeerde inschatting is gemaakt en zo zie ik het ook.  

Zuster vertelde me dat het niet goed gaat met de vader van Mijn Vriend. Ik vroeg wat ze precies bedoelde, zei dat ik het te vaag geformuleerd vond om er notie van te nemen. Of hij soms op sterven lag? Nee, dat was het niet, zo zeg je dat niet. Men had hem gezegd dat hij in de laatste fase van het leven was beland. Ik zei dat zo'n fase behoorlijk lang kan duren. Kijk maar naar de Joseph die aan jouw arm loopt: die staat ook elke keer weer op uit de dood. Hoe men ook hoopt en bidt dat het afgelopen mag zijn. Dat Joseph gauw uit zijn overbodige lijden mag worden verlost.

Zuster had het van de vrouw van Mijn Vriend gehoord. Die had Jeanne gesproken toen ze hier was om naar mij te informeren. Ze had beter kunnen bellen, want als Joseph weer eens op sterven ligt dan mag hij geen bezoek, bloemen of chocola.  

Zuster vertelde dat er veel en hard gebeden wordt voor het zielenheil van de arme vader van Mijn Vriend. De man is bijna honderd en nog is men bang dat hij de eindoverwinning niet behaalt. Ik vroeg hoe dat dan zat, want het was toch zijn hele leven lang een vrome man? Volgens Jeanne wil de familie horen dat hij inziet dat hij niet zonder de vergeving van Jezus Christus kan. 

Maar met Mijn Vriend heeft de goede man gesprekken over het geloof die een andere richting uitwijzen. Zegt zijn vrouw. Mijn Vriend is hier al heel lang niet meer geweest, waar ik uit opmaak dat het met hem ook niet bijster goed gaat. Het zal mij benieuwen hoe hij verder moet Edith, zonder zijn vader, want die is alles voor hem, zoals zijn vroeggestorven moeder dat was.

God heeft geen zoon. Dat is Grieks denken, niet joods. En vergeving van zonden is niet echt nodig, want fouten maken hoort nu eenmaal bij een schepsel met een ingeschapen vrije wil. Een exemplaar van homo sapiens sapiens is geen voorgeprogrammeerde robot die je van alles kwalijk kunt nemen. Bij gebrek aan zelfkennis immers is dat de laserprojectie die volgt. De Schepper gaat het zichzelf echt niet kwalijk nemen. De Schepper is volmaakt zoals de schepping dat is.

Edith, wil jij je eens buigen over de tekening die ik nu aan het maken ben in opdracht van Mijn Vriend? Hij wil, aldus zijn vrouw, dat ik een Gnadenstuhl ontwerp, een Mercy Seat. Alhoewel ik van origine rooms ben en ooit, op de universiteit van Nijmegen, kunstgeschiedenis als bijvak had, moet ik bekennen dat ik even niet goed meer wist wat dat ook alweer was, een Gnadenstuhl

Het is een laatmiddeleeuwse voorstelling, meestal geschilderd, van God De Vader die Zijn Dode Zoon op schoot draagt. Ergens in het beeld vliegt of zit een vogel, een duif - soms moet je echt goed zoeken en vaak lijkt het echt niet op een duif - die het derde lid van De Heilige Drievuldigheid representeert. Ik geef toe dat het een krankzinnig beeld is. Wat zou jij doen? Wat aanraden?

Ik zit er een beetje mee in de maag. De vader gelooft niet in De Zoon, maar wel in De Vader. De zoon, Mijn Vriend, gelooft wel in De Vader en De Zoon en zeer waarschijnlijk ook in De Vliegende Geest. Zo weet ik van vroeger dat hij, vlak voordat hij de kat en de hond het eten voor de neus zette, eerst bad. "In de naam van De Vader en De Zoon en Het Heilige Beest."

Twee vragen Edith. Heeft Mijn Vriend nu gezondigd tegen De Heilige Geest? En: hoe maak ik dat werk af? Ik wens niemand te beledigen. Mijn Vriend wil een ode brengen aan zijn vader die een heel stuk verlichter is dan zijn zoon. God heeft geen kinderen. Of we zijn allemaal kinderen van God. Hoe ik God moet afbeelden weet ik zo ongeveer wel, maar het De Zoon, het enige kind, zit ik behoorlijk in de maag.

Ik hoor het graag. Wacht niet te lang met antwoorden. Ik weet dat je druk bent. En doe je lieve zus Rosa de hartelijke groeten van jouw Joseph.

Liefs, jouw Joseph