‘Ik schilder om te overleven’ Anne Muller [1]
Beste aanwezigen, familie en vrienden van Anne, zoon Hans, Truus Wertheim, nabestaanden van de onderduikfamilie, lieve Anne,
Dank Anne iets te mogen zeggen over je schilderijen op deze tentoonstelling in Bakermat die de titel meekreeg: ‘Ik schilder om te overleven.’
Voorblad (rechts) uit het originele dagboek van Anne Frank [2]
Het idee van een lang verbeide vriendin
Op 12 juni 1942, voor haar dertiende verjaardag, krijgt Anne Frank, naamgenote van onze Anne, van haar ouders een dagboek cadeau. Op dat moment is het gezin nog niet ondergedoken. Nog net niet.
Op het voorblad van haar dagboek schrijft Anne Frank [3] de ontroerende woorden: "Ik zal hoop ik aan jou alles kunnen toevertrouwen, zoals ik het nog aan niemand gekund heb, en ik hoop dat je een grote steun voor me zult zijn. Anne Frank. 12 juni 1942."
Even verderop lezen we: "Ik heb familie, lieve tantes en ooms, een goed thuis, neen, ogenschijnlijk ontbreekt het me aan niets, behalve aan ‘de’ vriendin. Ik kan met geen van mijn kennisjes iets anders doen dan pret maken, ik kan er nooit toe komen eens over iets anders te spreken dan over alledaagse dingen. Want wat intiemer te worden is niet mogelijk, en daar zit hem de knoop. Misschien ligt dat gebrek aan vertrouwelijkheid bij mij; in ieder geval, het feit is er en het is jammer genoeg ook niet weg te werken."
"Daarom dit dagboek. Om nu het idee van een lang verbeide vriendin nog te verhogen in mijn fantasie, wil ik niet zo maar gewoon als ieder ander de feiten in dit dagboek plaatsen, maar wil dit dagboek de vriendin zelf laten zijn en die vriendin heet Kitty."
Toen ik zelf een jaar of 12 was kreeg ik het net herdrukte dagboek van Anne Frank cadeau. Op 4 mei. Van mijn ouders. Wij alle vijf, de kinderen, kregen het. Ik las het in de pubertijd. Ik begreep het niet, ik begreep het wel. Zoals ik een paar jaar later Kafka las. Ik begreep het niet, ik begreep het wel.
Primo Levi zei eens: "Één enkele Anne Frank ontroert ons meer dan de ontelbaren die net zo leden als zij, maar wier beeld in de schaduw is gebleven. Misschien moet dat ook zo zijn: als we het leed van alle mensen moesten en konden meelijden, zouden we niet kunnen leven." [4]
Anne Muller
Op 10 februari 1940, op een steenworp afstand van deze zaal, van deze voormalige kerk, werd Anne Muller geboren, 11 jaar jonger dan haar naamgenote Anne Frank. In Europa woedde al een oorlog, maar die zou, net als eerder, wel weer over Nederland heen waaien. Niemand hoefde onder te duiken. Gezinnen en families bleven heus compleet. Het leven ging zijn eeuwige gangetje.
Exact drie maanden later denderde de onstuitbare oorlogsmachine over de treurig neutrale grenzen. Het gezin Frank dook onder in Amsterdam, het gezin Muller in Arnhem. Vader Frank overleefde de oorlog, zijn vrouw en dochters niet. De Mullers overleefden de eindoplossing van het Joodse vraagstuk wel. Met dank aan doodgewone mensen die zichzelf niet dapper vonden maar het wel waren. Maar het grootste deel van de familie was er na de oorlog niet meer. Te weinig dappere mensen, veel te weinig.
Iets meer dan een week geleden ging ik bij Anne op bezoek. Eindelijk. In Anne haar mooie, lichte en stille bovenwoning kreeg ik koffie en roomsoesjes geserveerd. Waarover ik het openingswoord wilde doen? vroeg Anne. “Ik dacht over jou,” zei ik. Na een uur praten, over ouders, familie, oorlog, vernietiging zei Anne: "Schrijf je dat allemaal op? Waarom? Het is al zo vaak opgeschreven. Ik heb het al zo vaak verteld. Het staat echt overal."
Ik zei dat het haar feestje was: "Anne, jij mag het zeggen. Waar wil je het dan over hebben?" Anne: "Nou, over mijn schilderijen. Niet over de oorlog." Ik begreep het eerst niet goed.
Een maal weer thuis bekeek ik Anne’s website luidt. De eerste zin luidt: "Mijn werk gaat over mijn eigen leven en bovenal wat oorlog en vervolging, het weten dat er eigenlijk niet had mogen zijn, met het individu doet." [5] Toch de oorlog? Het lijkt of Anne zichzelf tegenspreekt. Wil ze het nou wel over de oorlog hebben of niet?
Na wat innerlijke verwarring, begreep ik het. Anne wil het wel over de oorlog hebben, maar eigenlijk alleen in haar schilderijen. Liever niet in woorden, geschreven woorden, gesproken woorden, nog minder in interviews en gesprekken. Erover praten vindt ze moeilijk. Te moeilijk. Praten is altijd met een ander. De ander kent jouw geschiedenis niet, kan dat ook niet. De ander is slechts een bezoeker, misschien zelfs wel een voyeur. Anne spreekt soms liever met de doden, familie bij wie zij te gast is. Voyeur van een leven dat nooit ten volle is geleefd, nooit is afgemaakt.
De ontdekking van het schilderen
Ongeveer dertig jaar geleden deed Anne een poging om over het onverwerkte verleden te praten met een professional. Het ging niet. Iemand vroeg of ze niet een middagje creatieve therapie wilde volgen? “Het is één op één hoor. Geen anderen, geen groep. Geen pottenkijkers. Niet praten. Gewoon maken. In stilte.” De dagen erna bleef het maar spoken en ‘s nachts kon Anne er niet goed van slapen. Tijdens het schilderen voelde ze dat er iets gebeurde.
Na een tijd vond Anne de moed om een opleiding in de kunst te volgen. Op de zaterdagochtend. 'Upgraders in Art.' [6] Een door de overheid erkende kunstopleiding in Arnhem, geesteskind van Loukie von Freyburg die zowat veertig jaar lang lesgaf aan de Arnhemse academie, maar daar iets miste. Een opleiding voor mensen met een late of te lang genegeerde roeping. Daar leerden we elkaar kennen.
Het enige dat de kunstenaar-docenten die op zaterdagochtend lesgaven tegen Anne hoefden te zeggen was: alles is er allang, nu het vertrouwen nog. Althans, zo zag ik het. Als het om schilderen gaat is Anne een natuurtalent. Alles is er, nu het vertrouwen nog dat alles er is. Dat dat zelfvertrouwen er waarschijnlijk nooit helemaal komt is vermoedelijk een fataal gevolg van de persoonlijke geschiedenis die een zwaarte kent die weinigen begrijpen laat staan kunnen navoelen.
Soms werd wel gezegd dat ze moest zoeken naar een ander onderwerp, dat 'dit verhaal' wel klaar was. Maar het was niet klaar, het verhaal. Het begon net. Het is de urgentie van het te vertellen verhaal dat het schilderen nodig heeft om boven zichzelf te kunnen uitstijgen. De technisch schijnbaar onvolmaakte vorm is niets anders dan de enig mogelijke weergave van de geknakte ziel. Aan het einde van haar studie kreeg ze een grote tentoonstelling, als dank voor haar grote kwaliteiten.
'De kleine Adolf'
Anne gebruikt foto’s. Uit een in twee delen gesplitst familiealbum. Foto’s van zichzelf. Als baby. Van vader en moeder. Van haar kleine zusje. Als heel klein meisje in de onderduik. Bijna onopgemerkt tussen de leden van haar onderduikfamilie. Van bloedeigen familieleden, onbekende mensen die naaste verwanten moesten voorstellen. Nog altijd zijn. En foto's van later. Niet uit het album. Van haar drie zoons. En, tot onze verbazing of verbijstering, een foto van een kind dat Adolf heette. Adolf Hitler, Kinderbild. 1898-1890.
Alle foto’s zijn slechts aanleiding en worden vroeg of laat terzijde gelegd. Anne heeft ze maar heel even nodig.
In een interview op de website van de Provincie Gelderland - die nog niet zo lang geleden 3 werken van Anne heeft aangekocht – is een van de vragen: Wat vind je het beste werk van jezelf tot nu toe? Waar ben je het meest trots op?
"Het meest trots ben ik op De Kleine Adolf, dat ik het heb gedurfd om dat te schilderen. Het verveelt mij niet. Ik heb het vrij kunnen schilderen, dat zie je ook aan de losse manier waarop het geschilderd is. De compositie is een beetje vreemd, daar let ik niet op, ik begin gewoon. Trots vind ik een moeilijk woord. Ik ben er tevreden over."
Uit de serie 'Uit de verf', kunstenaars uit de kunstcollectie van Provincie Gelderland.
Kleine Adolf
Marlene Dumas Die Baba 1985 130x110 cm
Dat Anne tevreden is over dit werk snap ik wel. Het is erg mooi geschilderd. Losjes. Naturel. Alsof het schilderen vanzelf ging en het enorme gewicht dat aan dit portret hing er helemaal niet te deed. Kleine Adolf doet denken aan het schilderij ‘Die Baba’ dat Marlene Dumas in 1985 maakte naar aanleiding van dezelfde foto. Anne kende het werk van Dumas wel, maar niet dit schilderij.
Waarom eigenlijk wilde Anne zo graag een schilderij maken naar aanleiding van een fotootje van de Kleine Adolf? Waarom de behoefte om de confrontatie met uitgerekend deze man aan te gaan? Wil je die ook nog tot leven wekken? Wil je daar ook nog mee praten? Waarom neem je een foto van die man als kind? Is dat het enige dat we kunnen verdragen? De relatieve onschuld van het kind dat nog maar heel weinig kwaad heeft gedaan, behalve de broek vol poepen? Is dat het? Is het omdat alles nog goed kan komen, de geschiedenis nog kan kantelen? Waagde ik me daarom een paar jaar geleden ook aan een portret van Hitler? En waarom kon ook ik deze grenzeloos kwaadaardige narcist alleen afbeelden als een klein slapend kind?
Misschien zoeken we naar een vonk van menselijkheid? Misschien naar een oorspronkelijk bestaan dat niet is gecorrumpeerd door cultuur en opvoeding? Wat is de oorsprong van het kwaad? Wat moeten we met dit kwaad? Waar laten we dat? Wat zetten we er tegenover?
Het wilde schilderen
De boekenkast van mijn ouders puilde uit. Ik las de romans van mijn moeder. Jan de Hartog, Het koninkrijk van de vrede. Vier delen. Over de Quakers. Ik verslond de kunstboeken van mijn vader, de monografieën. Vincent van Gogh, Pablo Picasso, Marc Chagall, Chaim Soutine.
Mijn vader zag dat ik, een jaar of twaalf, dertien, boek na boek uit de kast wipte. Hij wees 1 boek aan, een heel dunne, eigenlijk geen boek: "In dat boek moet je niet kijken." Ik keek erin toen mijn ouders niet thuis waren. De holocaust. De concentratiekampen, de vernietigingskampen. Foto's die we allemaal wel kennen. De lijken. De stapels. Stücke, zei de SS. Op die foto’s kon alles zien. Onbeschaamd. Is dit een mens? Is dit een mens die hier ligt? Is dit een mens die een foto maakt? Is het een mens die hier de boel bewaakt? Is een mens die geen geweten heeft wel een mens? Hoe kwaad is het kwaad. Hoe banaal is het?
Het is deze diep existentiële worsteling die zo goed zichtbaar in de portretten van Anne Muller: om in het geschilderde beeld de ziel van de ander en van zichzelf op het spoor te komen. En om die reden passen ze met gemak tussen de beste werken uit het Franse en Duitse expressionisme uit het begin van de twintigste eeuw waarvan Anne zovelen bewonderd. Met als grote liefde wellicht Chaim Soutine.
Anne ging me voor naar haar atelier boven. Ik nam nog het laatste soesje. Als om zich te verontschuldigen, zegt ze een paar keer: “Ik kan helemaal geen gelijkend portret schilderen. Kijk maar.”
Het deed me denken aan wat Marlen Dumas ooit zei. Toen ik me ooit aanmeldde voor de Rijksakademie moest ze mij verdedigen. Ik zei: “I like to make unfinished paintings”. Dat had ik beter niet kunnen zeggen. Dumas moest mij redden en zei: "Die skilderij is niet onaf, die is los geskilderd." En later, op het atelier, zei Dumas een keer: "Ik houd van de worsteling met het onderwerp die zichtbaar is in de verf." Het loss, de worsteling, niet te verwarren met onkunde, zijn beiden zichtbaar in het werk van Anne.
Familieportret in Sonsbeekpark, 19..
De naoorlogse stortvloed
Maar hoe moet een schilder het portret schilderen van een vermoord familielid? Van rijen vermoorde familieleden? Hoe schilder je beminde onbekenden? Wat wil je doen wanneer je al die ooms en tantes, al die neven en nichten ziet? Op veel te kleine, onscherpe en stokoude zwart-wit foto’s die als vanzelf weemoedig maken, zelf al waren ze in rust en vrede gestorven, in hun Heer slapen?
De foto in het album, losse foto’s in de hand. Het is de flinterdunne huid van de vervelde slang van Mozes, van de hoop. Dit het begin. Niet het einde. Het begin van een verhaal dat stokte. Het begin van een ontmoeting. Met de ander. Met zichzelf. Wat Anne in haar gezichten naar boven worstelt, als Jacob die worstelt bij de Jabbok, is haar eigen ziel en die van de ander. De drenkeling die de drenkeling redt van de verdrinkingsdood. Zichzelf, de ander. De beminde, de onbekende.
Het menselijk tekort troost zich door zichzelf een rücksichtslose niets ontziende spiegel voor te houden. Tekort schiet de schilder om de doden op te wekken uit hun doodsslaap, tekort schiet de verbeelding om de doden te beminnen, te troosten. Er is geen franje. Om je te schamen bijna, zo goed is dit werk. Zoals alleen een Chaim Soutine dat kon. Of een Vincent van Gogh. Zo wordt de ziel uit de verf getrokken. Niet om te behagen. Om te herinneren. Om niet te vergeten.
Na de oorlog wilden veel Nederlanders weinig tot niets horen van de Joden die terugkwamen uit de kampen. Men had immers zelf ook heel wat af geleden in de oorlog. “Schei uit, wij hadden het ook moeilijk hoor.” Het heeft geduurd voor joodse Nederlanders het verhaal van hun oorlog konden doen. Het dagboek van Anne Frank verscheen in 1947, twee jaar na de oorlog en in hetzelfde jaar als De avonden van Gerard Reve verscheen. Voor de goede verstaander vormen ze een tweeluik. Het dagboek brak alles open. Er kwam een stortvloed.
Het onmogelijke verlangen
Na 7 oktober 2023 lijkt alles opnieuw anders te zijn geworden. Al sluimert het antisemitische altijd en slaapt het een winterslaap vroeg of laat wordt het wakker. Aan al die joodse slachtofferverhalen moet een einde komen. Slachtoffers zouden daders zijn geworden die liever hun mond moesten houden dan opendoen.
Maar ik heb een vraag voor degenen die popelen iets te zeggen over dat wat er in Gaza gebeurt: kun je lijden ooit vervangen door ander lijden? Moeten we de verdrietige vrede van de overlevenden van de holocaust verstoren door ons naar voren te dringen en te stotteren of te scanderen dat ook wij en geleden hebben en anders anderen wel? Hoe geneeskrachtig is deze daad van protest, die pijn vergeldt met pijn? Als was er alleen oog om oog?
Mag een mens de wanhoop die schuilt achter de niet te beantwoorden vraag, wat een mens is, van zich afschilderen? Mag dat ook nog wanneer er andere, nieuwe oorlogen over de oude heen zijn gaan liggen? Kan nieuw leed oud leed verdragen? Is er soms een wedstrijd wie het meest heeft geleden? Kunnen we een heel volk beschuldigen van misdaden tegen de menselijkheid?
Ik denk dat Anne verjaardagen wil vieren die nooit gevierd werden. Ik denk dat ze naar bruiloften wil van mensen die nooit zullen trouwen. Anne wil naar de Bar Mitswa van een neefje dat niet leeft, naar een uittocht uit Egypte, naar een sjoel zonder te geloven in een god. En het allerliefst wil Anne de doden beminnen die weten dat ze gekend zijn, geliefd. Elkaar soms even aankijken en dan weer wegkijken.
Toen ik Anne vroeg wat ze nog graag eens zou doen antwoordde ze zonder enige aarzeling: "Naar Israël gaan, waar ik gewoond heb. De mensen die ik ken bezoeken, oude plekken terugzien."
In het interview op de website van de Provincie Gelderland beantwoordt ze dezelfde vraag bijna als een mystica:
Vind je het fijn om in Gelderland te wonen? Waar zou je nog liever willen wonen?
"Op dit moment zou ik in Israël willen wonen, nee, ik kan niet in Israël wonen."
Ik weet niet of het wel mag, een paar regels uit een gebed voor de doden uitspreken die niet jouw doden zijn. Maar voor de aanwezige levenden en de aanwezige doden deze drie regels uit de Kaddisj, het Joodse gebed voor de overledene.
"Moge er veel vrede uit de hemel komen en leven!
Over ons en over heel Israël.
Zegt nu: Amen."
[1] Openingswoord bij de tentoonstelling Anne Muller ‘Ik schilder om te overleven’ in de Rijnzaal van Bakermat Arnhem op zaterdag 16 mei 2026 om 15:30 u.
[2] Binnenkant van het eerste dagboek van Anne Frank. Collectie: Anne Frank Stichting, Amsterdam / Bruikleen van NIOD, Amsterdam.
[3] 'Het Achterhuis' is een verzameling dagboekbrieven van Anne Frank (1929-1945) waarvan een bewerkte versie voor het eerst is uitgegeven op 25 juni 1947.
[4] 'De verdronkenen en de geredden' (oorspronkelijke Italiaanse titel: 'I sommersi e i salvati') is een essay uit 1986 van de Italiaanse auteur en Holocaust-overlevende Primo Levi. Het is zijn laatste waarin hij de morele en psychologische consequenties van de vernietigingskampen onderzoekt.
[5] https://www.annemuller.nl/
[6] 'Upgraders in Art' is in 2004 geïnitieerd door de Hogeschool van de Kunsten in Arnhem (ArtEZ) en wordt nu gegeven op de Thorbeckestraat 6 in Arnhem. Zakelijk en inhoudelijk coördinator is Loukie von Freyburg. Het is sinds 2011 een zelfstandige non-profit onderwijsinstelling. https://upgradersartez.nl/
[7]



