maandag 19 oktober 2026

Herman Nijburg 1928-2026 - In Memoriam I

  

 


 

Lieve paps, [1]

 

Sommigen zeggen dat je op een uitvaart [2] niet tegen de dode hoort te praten.

Raar wel, paps, want je bent helemaal niet dood.

Wel ligt hier je lichaam.

P. die naar haar opgebaarde opa kwam zei:

‘Dat is zijn lichaam, dat is zijn jasje.’ - Heel mooi gezegd. 

Paps, je geest werd zo onderhand veel en veel te groot voor dat jasje.

Zoals al jouw jasjes te groot werden voor jouw lichaam.

Toen mama overleed, in het ziekenhuis in Bennekom, zag ik hetzelfde.

Ik zag mama liggen, net als iedereen. We stonden om haar lichaam.

Maar ik zag ook haar geest, die veel te groot was voor de ruimte.

Ik zag dat ze ons wilde troosten in ons verdriet.

Het helpt me nu, paps. Het helpt.

 

Ik wil je graag bedanken. Het is een dankdienst.

Ze zeggen dat god dood is, maar dat was niet zo.

Jij en mam hebben ons dat geleerd. Beter nog: voorgeleefd.

Ze zeggen dat mensen die geloven niet denken.

Maar dat was niet zo. Jij was een groot voorbeeld.

Jij verdiepte je in religie, maar ook in wetenschap.

Je zag een strijd, soms op leven en dood.

Je zag geschillen, goed voor het brein.

Maar een schepper-loze kosmos, een kosmos die zomaar zichzelf had uitgevonden?

Grappig idee: een universum zonder scheppende geest.

Degenen die niet in een schepper-god geloven,

die hebben net zo’n groot voorstellingsvermogen nodig als wij die wel geloven.

Dank je paps, dat je ons leerde dat er een schepper is

en dat de wetenschap een schepping is van de mens,

zoals de schone kunsten dat zijn.


Nog zoiets. Over de doden niets dan goeds.

Op een uitvaart mag je niks zeggen dat onaardig is.

Paps, je wist als geen ander dat je tekort schoot,

dat niet alles wat je deed goed was. - Je was je Schepper niet.

We zijn jou en mama eindeloos veel verschuldigd, dank verschuldigd.

Maar je zat er soms ook behoorlijk naast. Je schoot tekort.

Bij sommigen van ons zit nog pijn. Dat je hen niet zag, niet goed genoeg zag.

Dat je doordraafde en te onaardig deed. Dat weet je ook.

Maar je had zelf geen vader, geen enkel voorbeeld, wij wel.


En nog iets.

De een na laatste keer dat Gerda en ik bij je waren zei je:

‘Rinke, jij hebt me op het spoot gezet om anders naar Jezus te kijken.

Het boekje staat in de kast en het heeft een grijze rug.’

De laatste jaren zei je vaak: ‘God heeft geen zoon, dat is Grieks denken, niet Joods.’

Ik vroeg, waarom weet ik niet: ‘Maar is Jezus wel de Joodse Messias?’

‘Ja, dat wel. Dat wel.’ Zei je. Ik zei niks.

Je gelooft niet in de Joodse zoon maar wel in de Joodse messias.

Voor mij is dat een nieuwe gedachte. Dank je, paps.


O ja, wat ik nog meer van jou heb?

Ik wilde net als jij naar de kunstacademie. [3] 

Ik ben net als jij dol op musea.

Ik wil alle kerken in.

Ik ben dol op boeken.

Ik spaar alle stenen. Liefst met een fossiel erin.

Ik stop teveel planten in 1 tuin.

Gerda en ik hebben veel glazen vaasjes. En keramieke.

Vroeger, voor het naar bed gaan, bad ik voor al mijn verzamelingen.

Ik bewaar alles wat een mens ook kan weggooien.

Net als jij. Maar chaotischer.


Soms voel ik me zowat een kopie van jou. Maar ik ben het niet.

Wel ben jij mijn aartsvader. Abram, Izak en Jakob.

Ik denk Jakob. Een van je broers heette Jakob.

Misschien had jij zo moeten heten.

Je worstelde met god. Of met zijn engel.

Man, wat een gevecht.

Herman is Germaans. Het betekent held in het leger.

Man, wat een gevechten kon jij voeren.

Het universum liet jou winnen en zo hoort het ook.

Dat is liefde. En alleen daarop is het hele universum gebaseerd.


Ga met met je Schepper, lieve paps.


[1] Herman Nijburg, geboren in Heerlen op16 januari 1928 - overleden in Lunteren, 18 augustus 2026.

[2] In Memoriam uitgesproken op maandag 24 augustus 2026 in de Protestante Gemeente Lunteren, Oranjestraat 33 in Lunteren.

[3] Zie ook: hermannijburg.blogspot.com