dinsdag 20 februari 2018

'It's alright, God, I'm only bleeding#metoo'





'It's all right, God, I'm only bleeding#metoo' 
(censored version)
voor Roel A., 20 februari 2018

mixed media on paper
27 x 33 cm





'It's all right, God, I'm only bleeding#metoo' 
(uncensored version)
voor Roel A., 20 februari 2018

mixed media on paper
27 x 33 cm





zaterdag 17 februari 2018

Allard Budding In Memoriam # 2



cover 'DADAMAN'
proefdruk februari 2018



Bruderherz
'Het hart heeft zijn redenen die de rede niet kent' [1]


Op maandag 18 december 2017 kreeg ik weer eens zo’n mail waar ik nooit reikhalzend naar uitkijk: een mail waarin iemands dood wordt aangekondigd. Omdat ik nooit begonnen ben aan Facebook en andere sociale media ontgaat me van alles. De meeste dingen die ik niet meekrijg kan ik missen als kiespijn, maar zoiets als het nieuws van een vroegtijdige dood is niet iets waarvan ik zou willen dat het mij pas na eeuwen bereikte.

De mail die mij werd gestuurd was even simpel als helder: ‘Ik heb verdrietig nieuws maar misschien heb je het al gehoord: mijn lieve vriend kunstenaar Allard Budding (1963-2017) is overleden. Je hebt in 1992 samen met hem en Hans Broek de Koninklijke Subsidie voor Vrije Schilderkunst ontvangen. Ik kende Allard vanaf 1980 en in de eerste helft van de jaren 80 was hij mijn beste vriend. Hans Broek ken ik bijna net zo lang, maar Hans woont al lang in de VS, eerst in Los Angeles en nu in Brooklyn. Onlangs was hij nog in Nederland. Hij mailde mij vorige week 's nachts vanuit Senegal waar hij nu zit voor een project waarvoor hij van het Mondriaanfonds een projectsubsidie heeft ontvangen. Morgen nemen we in besloten kring afscheid van Allard.’ [2]

De mail kwam van Henk Johannes van den Heuvel. Een kleine twee maanden later, op dinsdag 13 februari 2018, vond ik in de brievenbus een proefdruk van ‘DADAMAN. Mijn “dadajaren” met Allard Budding. Veenendaal 1980-1986’.[3] Het is necrofilie die Henk Johannes van den Heuvel schreef over en voor de veel te vroeg overleden kunstenaar Allard Budding. Ik heb de uitgave meteen uitvoerig doorgebladerd, om de vele zwart-wit foto’s te bekijken, en diezelfde middag en avond de meeste teksten gelezen.

Dat ik deze (auto)biografie in één ruk uitlas is omdat ik de hoofdpersonen allemaal ken [4] en dat gebeurt niet zo vaak. Het hart van het boek wordt gevormd door de dadaïstische vriendschap tussen de middelbare scholieren Allard Budding (1963-2017) en Henk Johannes van den Heuvel (1963), de schrijver van ‘DADAMAN’. Aan het einde van de jaren zeventig trekt dit tweemanschap op het Christelijk Streeklyceum in Veenendaal als twee magneetjes naar elkaar toe. Een aantal keren wordt ook vriend Hans Broek (1965) ten tonele gevoerd, maar deze blijft eigenlijk de hele tijd op afstand. Hans hoort namelijk niet bij de DADAMANNEN. Opmerkelijk is het wel dat de ze alle drie -Allard, Hans en Henk- naar de kunstacademie willen en zich al op de middelbare school als spraakmakend en subversief kunstenaar beginnen te manifesteren. De heren voelen zich dadaïst in een over-geordende en uiterst zakelijke wereld die blind is voor romantische nutteloosheid en de kracht van ontregelende chaos.



Hans Broek, Allard Budding en Henk Johannes van den Heuvel v.l.n.r. (najaar 1986)
'DADAMAN', proefdruk februari 2018, p.114


In nuchtere en heldere bewoordingen schetst ‘DADAMAN’ een beeld van een generatie aanstormende kunstenaars, net zoals Gerard Cornelis van het Reve dat deed voor de generatie van kort na de Tweede Wereldoorlog. Het boek beschrijft de tijd dat de Hollandse hippies plaatsmaken voor de Hollandse yuppen. De meeste langharigen zijn allang geen ontluikende vredesbloemen meer en er verschijnt een nieuwe generatie kortharige bloemen die de naam bloem onwaardig is. Het zijn geen verse bloemen maar oude distels, pasgeboren maar al meteen stekelig cynisch. De drie protagonisten van DADA komen veel te laat. Ze lopen de hippietijd faliekant mis. Wat hadden ze zich graag laten onderdompelen in de wilde rivieren van rollende stenen. Wat zouden ze zich graag overgegeven hebben aan de flow die iedere adolescent in die tijd bijna als vanzelf deed bewegen in de richting van ‘wereldvrede’, ‘vrije liefde’ en ‘de oppermachtige verbeelding’. Maar de mollige sexy droom waar ze aansluiting bij zochten bleek aan het einde van de jaren zeventig al net zo vervaagd als de rode posters van Mao en Che Guevara op hun slaapkamermuren. Alsof het niks was werd de altruïstische bevlogenheid van de ene generatie in een zoveelste kristalnacht vervangen door zelfzuchtig cynisme. De generatie Vwo’ers waartoe de DADAMANNEN behoorden, studeerden geen politicologie en antropologie maar economie en bedrijfskunde.

Aan alles merk je dat Henk en zijn vriend Allard zich op zijn zachtst gezegd niet happy voelen in een maatschappij die de economische zelfverrijking kritiekloos aanbidt als de enige ware religie. Het verlangen naar het grote naïeve hippiefeest is alomtegenwoordig maar blijkt onvervulbaar. In het dadaïsme vinden de jongens een manier van denken die de totale vrijheid propageert, door alle regels en afspraken die tot dan toe hadden gegolden in de kunst over het randje van de afgrond een peilloze diepte in te kieperen. ‘DADAMAN’ blinkt uit in het tevoorschijn toveren van een heleboel anekdotes en evenementen die op komische en soms zelfs hilarische wijze laten zien hoe de Veenendaalse dadaïsten de boel op hun middelbare school keer op keer proberen te ontregelen. Wie wil lezen wat de heren allemaal flikten, die moet het boek gaan lezen. Het is kostelijk op dezelfde wijze als ‘De avonden’ kostelijk is en even tragisch. Want de held van het verhaal verandert ergens onderweg definitief in een antiheld. Het ontregelen van de truttige maar rotsvaste structuren van de middelbare school loopt uit op het ontregelen van eigen leven en eigen kunst. 



Allard Budding aan het werk bij ons eerste atelier (1981)
'DADAMAN', proefdruk februari 2018, p.20


Het lukt Henk Johannes van den Heuvel wonderwel om een complex beeld te schetsen van de periode dat hij en Allard Budding een diepe vriendschap ontwikkelden, zonder dat het verhaal ook maar een spatje sentimenteel wordt. Belangrijker nog, nergens oordeelt Henk zijn dierbare vriend Allard. Ergens, tussen de regels door, voel je het grote verlangen van de schrijver de verstreken tijd terug te halen en alsnog te veranderen, omdat de doem in de aanvang al besloten ligt. Want de vraag die Henk zichzelf stelt, zonder die nadrukkelijk te formuleren, is deze: hoe kan de ene DADAMAN bijna definitief verloren raken in het doolhof van de cynische rede en de andere DADAMAN in datzelfde doolhof een uitgang -waar niet naar werd gezocht- weet te vinden? Hoe leg je je vrienden van weleer postuum uit dat je ‘eruit’ kunt stappen, uit DADA, zonder uit het leven zelf te verdwijnen? Hoe vervang je de cynische rede door de rede van het hart? Deze grondtoon maakt deze kleine kroniek tot een bijzonder ontroerend document.

Het boek eindigt met woorden uit een interview met Allard, toen hij op het punt stond het Veenendaal van de kinderjaren definitief te verlaten om te gaan studeren aan Ateliers ’63 in Haarlem:

Voor mij speelt mee dat ik een daad stel.
Het leven is per slot van rekening vergankelijk.
Ik weet niet precies hoe ik het noemen moet
Maar iets nalaten van jezelf is belangrijk.
Zoiets als een bewijs of getuigenis dat je geleefd hebt.[5]

Eronder volgen nog een paar sobere woorden van de vriend die alleen achterblijft. De luttele woorden spreken boekdelen:

Bruderherz,
à l’art,
à Dieu [6]



Allard op het dak van de Hollandiafabriek (geen jaartal)
'DADAMAN', proefdruk februari 2018, p.116


'DADAMAN' is te koop vanaf april 2018:
boek@allardbudding.nl

allardbudding.nl
dekluizenaar.mimesis.nl




[1]  Le coeur a ses raisons que la raison ne connaît point.’ Blaise Pascal, Les Pensées (1670).
[2]  Uit een email van Henk Johannes van den Heuvel, 18 december 2017.
[3]  Henk Johannes van den Heuvel, ‘DADAMAN. Mijn “dadajaren” met Allard Budding. Veenendaal 1980-1986’, Arnhem 2018.
[4]  Mocht kennen een te groot woord blijken te zijn, dan kun je zeggen dat het om hoofdrolspelers gaat die je in de loop van de tijd een aantal keren hebt ontmoet. Allard Budding en Hans Broek ontmoette ik voor het eerst toen wij in 1992 alle drie de ‘Koninklijke subsidie voor vrije schilderkunst’ kregen, Henk Johannes van de Heuvel en ik studeerden in ongeveer dezelfde jaren aan de Academie voor Beeldende Kunsten in Arnhem; goed contact kregen wij pas jaren later.
[5] DADAMAN, pag. 153
[6] Idem.


woensdag 7 februari 2018

Me not # Me too



Me too, not Me

Zelden voel ik tegenwoordig nog de behoefte me te mengen in een lopende discussie. Zelfs als het gaat om de zoveelste potje knokken in de ring tegen het enige ware geloof dat de Lage Landen rijk was, het christendom, meng ik me er liever niet in. Wat heeft het voor zin een mening te hebben als die in luttele ogenblikken wordt bedolven onder een lawine van nog veel meer meningen? Maar er is een verschil. Het christendom is 2000 jaar oud en al zo vaak aangevallen dat het een lekker dikke huid heeft gekregen. Jezus en zijn Bijbel mag men van mij aanvallen; die overleven het wel. Maar of de schilderende en tekenende gebroeders Klossowksi zo'n dikke huid hebben weet ik niet. Beiden zijn allang dood, maar hun beider oeuvre is nog springlevend. Godlof! Want ik houd van allebei: van de schrijver-filosoof-tekenaar Pierre Klossowksi en van de tekenaar-schilder Balthus, de jongere broer, beiden zonen van hun moeder, Elizabeth Spiro, die een poosje verkering had met de beroemde Duitse dichter Rainer Maria Rilke.

Bijzonder na aan het hart ligt mij het schilderij La Leçon de guitare (De gitaarles) van Balthus. Hij maakte dat iconische beeld in 1934; het is dus over 14 jaar precies honderd jaar oud maar nog zo fris als een hoentje. Dat dit beeld niet gemakkelijk valt en ook moeilijk te duiden is, dat begrijp ik wel, maar waarom de ophef sinds de me too-discussie ineens zo buitenproportioneel groot is totaal niet.






dinsdag 19 december 2017

Allard Budding In Memoriam # 1























Allard Budding en H.K.H. Koningin Beatrix
Uitreiking 'Koninklijke subsidie', Paleis op de Dam, 1992



Allard Budding (6 dec 1963 - 10 dec 2017)

Van Henk Johannes van den Heuvel, beeldend kunstenaar en blogger, kreeg ik gisteren het droevige bericht dat beeldend kunstenaar Allard Budding op zondag 10 december op 54 jarige leeftijd is overleden. Allard overleed 4 dagen na zijn eigen verjaardag.

Eigenlijk kende ik Allard niet zo heel goed, maar wel volgde en bewonder ik zijn werk. In 1992 kregen wij beiden uit handen van Koningin Beatrix de 'Koninklijke subsidie voor vrije schilderkunst'  -tegenwoordig ook wel 'Koninklijke Prijs' geheten.- Dat was toen in goed gezelschap van vier anderen: Wim Bosch, Sarianne Breuker, Hans Broek en Janpeter Muilwijk, kunstenaars die nog altijd actief zijn.   

Allard had ter gelegenheid van de uitreiking van de prijs in het Paleis op de Dam de durf om een T-shirt aan te trekken met daarop de koningin met kroon en sjerp. Ik benijdde en bewonderde Allard hier toen om, want zelf zou ik zoiets niet zo gauw gedurfd hebben ...

Op deze eerste kennismaking met Allard volgden nog enkele andere ontmoetingen en gedeelde tentoonstellingen. Het werk van Allard ben ik lange tijd blijven volgen; ik hield van zijn grote, abstracte en brutale schilderijen.

Henk Johannes van den Heuvel was zowel met Allard Budding als Hans van Hoek bevriend. Zij kenden elkaar van de middelbare school in Veenendaal. Op zijn geweldige blog Woest & Vredig besteedt Henk aandacht aan het overlijden van Allard, zijn dierbare vriend. 

dekluizenaar.mimesis.nl





Allard Budding
Z.t. 
2005

olieverf op doek
130 x 80 cm





zaterdag 18 november 2017

Ocean Ripple - Ziekenhuis Rijnstate



     foto : Jeroen Glas


OCEAN RIPPLE  Rinke Nijburg

15 november 2017 - 15 januari 2018

Dankzij wetenschap en techniek wordt het mogelijk steeds verder af te dalen in de grote oceanen van de wereld. In het dikke duister ontdekken duikboten leven dat geen zonlicht nodig lijkt te hebben om te kunnen bestaan. Met kosmische duikboten lukt het techniek en wetenschap ook om steeds dieper te duiken in de kosmische oceanen die de aarde omringen. De vraag of elders in het heelal leven mogelijk is wordt steeds vaker en luider gesteld. Het lijkt slechts een kwestie van tijd voor het zover is dat – eens en voor altijd – wordt aan getoond dat we niet alleen zijn.

Rinke Nijburg (Lunteren 1964) heeft zich in zijn werk als kunstenaar altijd gebogen over de vraag wat het precies is om een menselijk lichaam te hebben dat kwetsbaar is. Nu we steeds beter begrijpen dat de aarde net zo kwetsbaar is als ons lichaam, speurt Nijburg in zijn werk naar het warm kloppende hart van de kosmos. Ergens in het onmetelijke heelal moet een gigantisch grote ‘moederaarde’ zijn waar we op tijd naartoe kunnen reizen en waar we ons – eens en voor altijd – ‘thuis’ voelen. In zijn meest recente werk speurt Nijburg miljarden dode pixels af om die ene rimpeling in de oceaan te traceren.
 
Rinke Nijburg is opgeleid aan de Academie voor Beeldende Kunst in Arnhem en de Rijksakademie in Amsterdam. Hij woont en werkt in Arnhem. De tentoonstellingen in Ziekenhuis Rijnstate worden samengesteld door Jeroen Glas.
 
De expositie is iedere dag van 9:00 uur tot 21:00 uur te bezichtigen in Rijnstate Arnhem, route 01-40.
kunst.rijnstate.nl/exposities/rinke-nijburg




Ocean Ripple

2017

C-print
105 x 185 cm









woensdag 15 november 2017

On the Origins of Fertility # MDP No 18


On the Origins of Fertility # MDP No 18
Andries van Rossem & Rinke Nijburg (rechts)

Het Depot, Wageningen
vrijdag 3 november 2017


maandag 11 september 2017

95 aflaten voor Maarten # MDP No 17



95 aflaten voor Marten # MDP No 17
Andries van Rossem (rechts) & Rinke Nijburg (links)

Lutherse Kerk Amersfoort 
zaterdag 9 september 2017