Genadige Zuster Teresia Benedicta vom Kreuz,
Lieve Edith,
Een uur geleden veranderde 25 april in de obligate 26ste april. De wekker had ik op 01:00 u gezet, normaal gesproken eerder het moment waarop ik in slaap val dan wakker word. Ik mag 's nachts ook helemaal het bed niet uit. 'Is niet goed voor Joseph', zegt het huis.
Om precies 01:23 u wilde ik de aanhef van een nieuwe brief aan jou schrijven. Om te gedenken.
- Zoals ik elk jaar de bevrijding van Auschwitz herdenk, ook al is daar geen exact tijdstip van bekend, de moord op Willem van Oranje, waarvan het exacte uur me onbekend is, en de zelfmoord van jullie Fuehrer van wie ik de exacte tijd verdomd goed ken. -
Het is vannacht precies 40 jaar geleden dat kernreactor nummer 4 in de kerncentrale van Tsjernobyl 30 megawatt produceerde in plaats de bedoelde 3 en uit volledig elkaar knalde. Elena, het stalen en betonnen deksel op de reactor met een gewicht van duizend ton en een dikte van een dikke 3,5 meter vloog de met fris fonkelende sterretjes versierde nachtelijke hemel in en nam de bruidstaart van 18 verdiepingen, die bovenop Elena lag uit te rusten als een Vesuvius hoog boven Pompeii en Herculaneum, met zich mee.
De straling die vrijkwam wordt geschat op 5,2 exabecquerel. Dat is honderden keren hoger dan Little Boy en Fat Man produceerden toen ze vlak boven de uitverkoren steden explodeerden. Vermoedelijk zegt het jou helemaal niets, want die tweeling werden pas bevrijd, uit de cloaca van de bommen-persers, lang nadat jij en Rosa werden vermoord, al is 'lang' waarschijnlijk het goede woord niet, want maar vier jaar na jullie dood.
Toen de weeën in reactor 4 begonnen was de dienstdoende vroedvrouw van de kerncentrale in Tsjernobyl allang naar huis en de nachtelijke ploeg had helaas weinig kaas gegeten van hulp bij misgeboortes. Men herkende de tekenen des tijds niet. De welwillende amateurs bleven de onderbuik van het beest tarten en commanderen tot de vliezen braken. Let dus op Edith, dat je een drachtig diertje laat baren wanneer het wil. Wek niets op. De natuur gaat haar natuurlijke gangen altijd na.
Er zijn mensen die mijn brieven lezen, Edith. Het zijn er weinig, heel weinig, maar mijn laatste brief moet toch veel kwaad bloed hebben gezet, want Trui krijgt de ene pornografische mail na de andere en de voicemail werd volgespoten met ranzig melkachtig zaad. Ik, jouw Joseph, zou, volgens deze of gene, excuses moeten maken: aan jou en aan alle mevrouwen op de wereld die ongeboren kinderen kwijtmaken. Wat schreef ik jou de laatste keer ook alweer Edith? Ik weet het niet meer. Kun jij mij een kopie van die brief sturen? Je hebt het adres.
Weet je wat vandaag de dag echt een ding is dat in jouw tijd nog geen ding was? Of in ieder geval minder? Een stuk minder. Dit: men kan geen lange zinnen meer lezen. Of ingewikkelde. Of zinnen waarin beeldspraak verwerkt werd. Laat staan een paar zinnen achter elkaar. Die leest bijna niemand nog helemaal uit tot aan het einde. De hedendaagse lezer Edith, is doorgaans zo overtuigd van de eigen mening dat die al wordt geformuleerd nog voor ie aan het van de eerste zin van de vijand is..
- Denk je dat ooit iemand al Josephs brieven aan jou gaat zitten lezen, om jouw Joseph echt te begrijpen? Tuurlijk niet. -
Vooruit dan maar. Voor de helderheid. Om misverstanden te voorkomen. Om de kwaadaardig voortwoekerende Babylonische spraakverwarring langdurig en geneeskrachtig te bestralen. Ik weet heus wel dat jij en de nazi's geen een pot nat zijn, geen twee of drie handen op een buik. Ik weet dat jullie rooms-joodse nonnetjes, dat jij en Rosa, dat je uit het collectieve geheugen van het Beest werden geschrapt. Ik bewonder het aan je, Zuster Teresia Benedicta vom Kreuz, dat je op kwam voor het verboden leven dat zichzelf niet kon redden. Verlossen. Uit handen van alle boze engelen met de naam Josef Mengele.
Excuses dus aan jou, aan Rosa, aan alle nonnetjes uit het klooster in Echt: deze bijna naamgenoot van De Engel des Doods spijt het oprecht dat men tegenwoordig eerder een mening heeft dan men een bladzijde heeft gelezen van wat jouw Joseph schrijft. Wie Edith moet ons verlossen van het boze?
In bewondering,
Jouw nederige dienaar,
Joseph
NB Dat ik Adolphus Schickelgruber gauw weer eens moet schrijven ontgaat me echt niet. Ik weet het, ik weet het.
