zondag 26 april 2026

Brieven aan Edith Stein #156 'Het geboortekanaal is veel te klein geschapen'

 

 
'I CAN'T BREATH'
 
Primordial Fluctuations
2024-2026
-detail 
 
mixed media on paper
(colorpencil, softpastels, charcoal, ink, acrylics and additional materials on paper)
ca 192 x 90 cm 

 


 
 
BRIEF 156
aan Edith Stein
'Het geboortekanaal is veel te klein geschapen'
 
Joseph M. Heij 
Wolfheze

Genadige Zuster Teresia Benedicta vom Kreuz, 

Lieve Edith,

Trui was hier, in tranen. Haar verhaal was onsamenhangend. Wat ik meende te begrijpen is dat ze deze week nog veel meer boze brieven heeft gehad dan de week daarvoor. Over mijn epistels over abortus. 
 
Ik mag, zo begrijp ik, dacht ik, de hedendaagse, wijdverbreide euthanasie op ongeboren foetussen niet verwarren met de euthanasie op geestelijk gehandicapten door de nazi's. Bij mijn weten heb ik zoiets helemaal niet gezegd. Dat staat nergens. Men is heel boos. Met 'men' bedoel ik de brave borsten van de politieke correctheid die elke oprisping op het web onderzoeken op onzuiverheid. Die zijn erg boos. Op Trui, op haar man, op mij. Mij maakt dat niet uit, ik zit hier best. Maar zij, Trui en haar overspannen man, leven nog in de wereld, zij het aan de periferie. 
 
Je weet dat ik Mijn Vriend en Trui altijd probeer te helpen, al ben ik schrikbarend vaak eerder hun absolute tegenpool en zelden medestander van hun morele kompas dat altijd het absolute noorden zoekt. 
 
Voor Jeanne geldt exact hetzelfde. Onlangs nog vroeg ze of ik voor of tegen abortus was. 'Tegen natuurlijk.' Ik zag de opluchting op haar religieuze gezichtje en de longen achter haar veel te kleine borsten een zucht van verlichting slaken. Maar voordat ze iets kon ventileren, zei ik, haar strak aankijkend: 'Tegen abortus naturalis bedoel ik. Het is naar dat God iets wat Hij zaait voortijdig oogst. Hoe wreed is Zijn natuur.' 
 
'Maar als je abortus provocatus bedoelt, ook dan ben ik een groot voorstander. Zalig de medische wetenschap die dit mede mogelijk maakt.' Vanuit een ooghoek zag ik tranen opwellen in haar spiritueel blauwe ogen en kon nauwelijks een aanrollende glimlach onderdrukken. 'Weet je, Jeanne, er zijn allang veel teveel mensen op aarde en vooral in Afrika veel teveel jonge mensen. Daar komt bij dat er tegenwoordig veel vrouwen die mee willen in de vaart der vruchtbaar kapitalistische volkeren en net als al die succesvolle meneren eens een keertje carrière willen maken. En dan komt zo'n snel opzwellende buik lang niet altijd goed uit. Zelden zelfs.'
 
'Het is daarom, Jeanne, ook goed dat je in de Verenigde Staten van Amerika in een groeiend aantal democratische staten abortus mag plegen tot de dag voor de geboorte. Ze trekken dat ding er zonder enige verdoving zo voor je uit. Je hoeft niet eens uit te leggen waarom. Gewoon. Je doet je ding, al is het wellicht in een opwelling en krijg je lange witte haren van spijt.'
 
'Dat ze het embryo, de foetus, het ding - de Nazi's noemden hun dode Joden met een erg fraai gekozen term Stuecke - dat ze wel de lieve mevrouw keurig verdoven maar niet dat ding is een beetje vreemd maar er zal een reden voor zijn. Het kan ook niet in een keer. Dat is jammer. Ze hebben een soort knijptang waarmee heel voorzichtig, om de mevrouw geen onnodige pijn te doen - zoal de tandarts het tandvlees geen onnodig pijn wil doen wanneer hij of zij of hen tandsteen verwijderen, behalve als ze om een of andere reden boos zijn op de cliënt - eerst aan de armpjes en beentjes beginnen te morrelen, die kunstig en uitermate voorzichtig verwijderen, daarna het rompje en op het laatst het koppetje.'
 
'Dat koppetje,' Edith, zei ik tegen Jeanne, 'dat koppetje van het kikkervisje moet wel eerst in stukken geknepen worden, vooradt het er uit kan, want het geboortekanaal is veel te klein geschapen door Onze Lieve Heer om dat er ineens uit te manoeuvreren. Niks aan te doen. Misschien ooit, maar nu nog niet.'
 
Ik ben het met je eens Edith, dat er niet alleen een paar haken en ogen zitten aan de gehanteerde medische methodiek maar ook morele haken en scherpe ogen. Mijn vraag aan jou is, omdat jij in je dissertatie 'Zum Problem der Einfuehlung' voor het eerst op wetenschappelijk niveau schreef over empathie. Wat ik je wil vragen is dit: 'hoe moet een drachtig diertje - man of vrouw of hen, maakt mij niet uit - omgaan met de uiterst verwarrende emoties die komen kijken bij het fenomeen dat je de ene dag, ik bedoel de dag voor de geboorte, dat wat in je buik zit beschouwt als een wegwerpartikel uit de kapitalistische overproductie en de dag na de geboorte ziet als een zeldzaam uniek en dus onvervangbaar mensenkind? 
 
Hopelijk begrijp je wat ik bedoel. Helemaal helder ben ik niet vandaag. Gisteren kreeg ik per ongeluk de medicijnen die bedoeld waren voor mijn Palestijnse buurman die twee kinderen verloor in de oorlog in Gaza. En weer iemand anders kreeg mijn medicijnen. 
 
Ik denk dat ik jou en Jeanne en Trui en Mijn Vriend tegen me heb, maar ik denk toch dat elk drachtig diertje zelf mag bedenken wat ze doet met dat bazige dingetje in haar onderbuik.   
 
Tot schrijfs!
 
Liefs Jouw Joseph